Vijf dingen die u moet weten over het Verdrag van Maastricht

15 februari 2017

1. Door dit Verdrag werd de Europese Unie opgericht

Het Verdrag van Maastricht, officieel het Verdrag betreffende de Europese Unie, markeerde het begin van “een nieuwe etappe in het proces van totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de volkeren van Europa”. In het Verdrag werden de fundamenten gelegd voor een gemeenschappelijke munt, de euro, en werd de samenwerking tussen Europese landen op een aantal nieuwe terreinen aanzienlijk uitgebreid:

  • het Europese burgerschap werd geïntroduceerd, waardoor burgers vrijelijk in alle lidstaten kunnen wonen en rondreizen
  • een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid werd opgezet
  • nauwere samenwerking op strafrechtelijk gebied tussen politie en de rechterlijke macht werd overeengekomen

Het Verdrag werd ondertekend in Maastricht, dat dicht bij de grenzen met België en Duitsland ligt. Het Verdrag was het resultaat van enkele jaren durende besprekingen tussen de regeringen over verdieping van de Europese integratie.

2. Het Verdrag werd ondertekend door 12 landen

Het Verdrag werd op 7 februari 1992 ondertekend door vertegenwoordigers van 12 landen: België, Denemarken, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Portugal, Spanje en het Verenigd Koninkrijk.

De parlementen van alle landen ratificeerden daarna het Verdrag, nadat in enkele gevallen een referendum was gehouden. Het Verdrag van Maastricht trad officieel in werking op 1 november 1993 en aldus werd de Europese Unie officieel opgericht.

Sinds die tijd zijn nog eens 16 landen tot de EU toegetreden en hebben de in het Verdrag van Maastricht of in de daarna gesloten verdragen vastgelegde regels ingevoerd.

3. In het Verdrag zijn de fundamenten voor de euro gelegd

Het Verdrag van Maastricht effende het pad voor de creatie van een gemeenschappelijke Europese munt: de euro. Deze vormde de culminatie van enkele tientallen jaren van discussies over het intensiveren van de economische samenwerking in Europa. In het Verdrag werden tevens de Europese Centrale Bank (ECB) en het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESRB) opgericht en werden hun doelstellingen vastgelegd. Het hoofddoel van de ECB is het handhaven van prijsstabiliteit: het waarborgen van de waarde van de euro.

De idee van een gemeenschappelijke munt voor Europa werd voor de eerste keer in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw naar voren gebracht door de Europese Commissie. Het project kwam echter in de daarop volgende jaren zeventig tot stilstand door een instabiel economisch klimaat.

De Europese leiders bliezen de idee van een gemeenschappelijke munt in 1986 nieuw leven in en legden zich in 1989 vast op een overgangsproces in drie fasen. In het Verdrag van Maastricht werden deze drie fasen officieel vastgelegd:

  • Fase 1 (1 juli 1990 tot 31 december 1993): invoering van het vrije verkeer van kapitaal tussen lidstaten
  • Fase 2 (1 januari 1994 tot 31 december 1998): intensievere samenwerking tussen de nationale centrale banken en sterkere onderlinge afstemming van het economisch beleid van de lidstaten
  • Fase 3 (1 januari 1999 tot heden): geleidelijke invoering van de euro samen met de tenuitvoerlegging van een gemeenschappelijk monetair beleid, waarvoor de ECB verantwoordelijk is

4. In het Verdrag werden de criteria vastgelegd waaraan landen moeten voldoen om de euro te kunnen invoeren

Naast het opstellen van een tijdschema voor de invoering van de gemeenschappelijke munt, werden in het Verdrag ook regels vastgelegd ten aanzien van hoe de euro in de praktijk zou functioneren. Deel hiervan was hoe bepaald moest worden of landen klaar waren voor invoering van de euro.

Het doel van deze specifieke regels (die ook wel bekend staan als de "Maastricht-criteria" of de "convergentiecriteria") is ervoor te zorgen dat in het eurogebied de prijsstabiliteit wordt gehandhaafd zelfs wanneer nieuwe landen de munteenheid invoeren. De regels zijn bedoeld te waarborgen dat landen die de euro invoeren op de volgende terreinen stabiel zijn:

  • inflatie
  • niveau van de overheidsschuld
  • rentetarieven
  • wisselkoers

5. Het Verdrag was een enorme sprong voorwaarts voor de Europese integratie

Sinds het Verdrag van Maastricht werd ondertekend, zijn de Europese landen dichter naar elkaar toe gegroeid, waarbij overigens wel sommige beleidsterreinen, zoals economisch en begrotingsbeleid, op nationaal niveau zijn gebleven. De Europese leiders zijn aanvullende stappen overeengekomen om verdere integratie tussen Europese staten te bevorderen:

  • in 1997 werd het Stabiliteits- en Groeipact overeengekomen, om ervoor te zorgen dat de landen een gezond begrotingsbeleid zouden voeren
  • het Europees Stabiliteitsmechanisme werd opgericht, om financiële steun te geven aan landen van het eurogebied die kampen met of worden bedreigd door ernstige financieringsproblemen
  • na de financiële crisis zijn het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme en de Gemeenschappelijke Afwikkelingsraad opgezet, om het Europese bankstelsel veiliger te maken en om de financiële integratie en stabiliteit te vergroten

Heden ten dage plukken meer dan 510 miljoen burgers uit 28 lidstaten de voordelen van Europese samenwerking. En 25 jaar nadat de routekaart richting de euro werd overeengekomen, is de euro 's werelds op één na meest verhandelde valuta en vormt deze onderdeel van het dagelijks leven van 340 miljoen burgers in 19 landen.