Minimumnormen voor geautomatiseerde geschiktheidscontroles van eurobankbiljetten door bankbiljettensorteermachines

Bij de geschiktheidscontroles worden eurobankbiljetten ongeschikt voor circulatie bevonden, indien ze een gebrek vertonen dat een bindend vereiste schendt als hieronder vermeld.

Het aanvaardbare tolerantieniveau voor door bankbiljettensorteermachines uitgevoerde geschiktheidstests is 5%. Dit betekent dat de machines maximaal 5% van de niet aan de geschiktheidscriteria voldoende eurobankbiljetten verkeerd mogen indelen en als geschikt mogen sorteren.

TABEL 1: LIJST VAN SORTERINGSCRITERIA VOOR GEAUTOMATISEERDE GESCHIKTHEIDSSORTERING
Gebrek Definitie
1. Vuil Het hele bankbiljet is met vuil besmeurd
2. Vlek Lokale vuilconcentratie
3. Graffiti Afbeelding of geschrift op enigerlei manier op een bankbiljet aangebracht
4. Verkleurd bankbiljet Inkt ontbreekt op delen van het bankbiljet of in het geheel, bijvoorbeeld bij een gewassen bankbiljet
5. Scheur Spreekt voor zich
6. Gat Spreekt voor zich
7. Beschadiging Delen van eurobankbiljetten ontbreken, waaronder bij minstens één rand (in tegenstelling tot gaten)
8. Herstelling Delen van één of meerdere eurobankbiljetten zijn met plakband, lijm of anderszins samengevoegd
9. Kreuken Meerdere willekeurige kreuken
10. Slapte Structurele aantasting maakt het biljet erg slap
11. Vouw Spreekt voor zich
12. Gevouwen hoek Spreekt voor zich

Aanvullende informatie over sorteringscriteria

Vuil

Vuil versterkt de optische densiteit van eurobankbiljetten. De onderstaande tabel geeft de maximale densiteitstoename van limietmonsters, in vergelijking met nieuwe eurobankbiljetten, die eurobankbiljetten mogen vertonen om als geschikt te worden ingedeeld:

TABEL 2: OPTISCHE DENSITEITSNIVEAUS
Coupure-Serie Maximale densiteitstoename van limietmonsters in vergelijking met nieuwe eurobankbiljetten Filter
€ 5-ES2 0,04 Magenta
€ 10-ES2 0,04 Magenta
€ 20-ES2 0,07 Magenta
€ 50-ES2 0,07 Magenta
€ 100-ES2 0,07 Magenta
€ 200-ES2 0,07 Magenta
     
€ 5-ES1 0,06 Magenta
€ 10-ES1 0,06 Magenta
€ 20-ES1 0,08 Magenta
€ 50-ES1 0,07 Magenta
€ 100-ES1 0,07 Magenta
€ 200-ES1 0,04 Magenta
€ 500-ES1 0,04 Magenta


Eurobankbiljetten die niet aan deze criteria voldoen, zijn ongeschikt voor circulatie. De nationale centrale banken bezitten over referentie-eurobankbiljetten met een uit deze criteria afgeleide hoeveelheid vuil. De densometrische metingen van de referentie-eurobankbiljetten zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Norm voor densometrische metingen: ISO 5 deel 3 en 4
  • Normen voor de filters: DIN 16536
  • Absolute metingen: standaardkalibratie (blanco plaat)
  • Polarisatiefilter: aan
  • Meetopening: 3 mm
  • Belichting: D65/2
  • Achtergrond standaardkalibratie met blanco plaat

De densiteitstoename van een referentiebankbiljet is de hoogste waarde tussen de gemiddelden van minstens vier meetpunten, gemeten aan het niet-bedrukte deel op de voor- en achterzijde van het bankbiljet en zonder enige watermerkmodulatie.

Vlek

Eurobankbiljetten met een lokale vuilconcentratie van minstens 9 mm bij 9 mm in het niet-bedrukte deel op het bankbiljet of van minstens 15 mm bij 15 mm in het bedrukte deel zijn ongeschikt.

Graffiti

Momenteel is graffitidetectie niet verplicht.

Verkleurd bankbiljet

Een eurobankbiljet kan verkleuren, bijv. als het gewassen wordt of aan bijtende chemische stoffen wordt blootgesteld. Dit type ongeschikte eurobankbiljetten kan worden opgespoord met foto- of UV-detectoren.

Scheur

Eurobankbiljetten met open en niet deels of geheel door de transportriem(en) van de machine afgedekte scheuren zijn ongeschikt indien de scheurafmeting groter is dan hierna vermeld.

TABEL 3: SCHEUR
Richting Breedte Lengte
Verticaal 4 mm 8 mm
Horizontaal 4 mm 15 mm
Diagonaal 4 mm 18 mm1


Gat

Eurobankbiljetten met gaten die niet deels of geheel door de transportriem(en) van de machine worden afgedekt, zijn ongeschikt indien het gat groter is dan 10 mm2.

Beschadiging

Eurobankbiljetten die minstens 6 mm te kort zijn of minstens 5 mm te smal, zijn ongeschikt. Alle metingen betreffen afwijkingen van de nominale lengte en breedte van de eurobankbiljetten.

Herstelling

Een hersteld eurobankbiljet ontstaat doordat delen van één of meer eurobankbiljetten samengevoegd zijn, bijvoorbeeld met behulp van plakband of lijm. Een eurobankbiljet met plakband van meer dan 10 mm bij 40 mm en dikker dan 50 μm is ongeschikt.

Kreuken

Verfrommelde eurobankbiljetten kunnen normaliter worden geïdentificeerd doordat het reflectieniveau of de stevigheid is verminderd. Detectie is niet verplicht.

Slapte

Zeer slappe eurobankbiljetten worden zoveel mogelijk als ongeschikt gesorteerd. Aangezien slapte normaliter correleert met vuil, worden slappe eurobankbiljetten meestal ook middels vuilsensoren ontdekt. Detectie is niet verplicht.

Vouw

Vanwege hun geringere lengte of breedte kunnen gevouwen eurobankbiljetten worden ontdekt door sensoren die de afmeting van eurobankbiljetten controleren. Bovendien kunnen ze worden ontdekt door dikte metende sensoren. Vanwege technische beperkingen kunnen echter slechts vouwen ontdekt worden die voldoen aan de voor beschadigingen vastgelegde criteria, d.w.z. vouwen waardoor biljetten meer dan 6 mm korter of 5 mm smaller zijn; eurobankbiljetten met dergelijke verminderde afmetingen zijn ongeschikt voor circulatie.

Gevouwen hoek

Een eurobankbiljet met een gevouwen hoek van meer dan 130 mm2 en een minimumlengte van de kleinere rand van meer dan 10 mm, is ongeschikt.

1 Dit wordt gemeten door van de bovenkant van de scheur een rechte lijn te tekenen naar de rand van het bankbiljet waar de scheur begint (rechthoekige projectie), en niet door de lengte van de scheur zelf te meten.