Samenwerking tussen centrale banken

Centrale banken werken al heel lang samen. Het begon in de eerste helft van de twintigste eeuw met het opzetten van een internationaal netwerk van belangrijke centrale banken, in het bijzonder met de oprichting van de Bank voor Internationale Betalingen (BIB) in 1930. De samenwerking tussen de centrale banken omvat de uitwisseling van expertise en best practices en het bijdragen aan effectiviteitsverbetering.

Over de samenwerking tussen centrale banken

Grondgedachte

De essentie van samenwerking tussen centrale banken is de overdracht van kennis en knowhow. Daarbij helpen ze elkaar niet alleen om hun professionaliteit, effectiviteit, onafhankelijkheid en transparantie te verbeteren, maar dragen zij ook bij aan de bevordering van de wereldwijde monetaire en financiële stabiliteit.

Modaliteiten

De samenwerking tussen centrale banken omvat veel uiteenlopende activiteiten. Zo kunnen de centrale banken ondersteuning verlenen via hun opleidingscentra, door allerlei trainingen of andere leermogelijkheden aan te bieden, of in de vorm van conferenties en seminars die door vertegenwoordigers van andere centrale banken worden bijgewoond. De steun kan ook direct aan de begunstigde instellingen worden verleend, bv. door de permanente detachering van personeel, ondersteuning bij institutionele opbouw en beleidsvorming, of reguliere missies, zowel technisch als politiek. Om activiteiten te coördineren en af ​​en toe externe financiering te verkrijgen, kunnen centrale banken unilateraal optreden of overeenkomsten sluiten met niet-centrale banken (zoals internationale financiële instellingen, EU-instellingen of hun eigen regeringen).

De ECB biedt wereldwijd op bilaterale basis ad-hocondersteuning aan centrale banken. Deze ondersteuning kan zowel op de traditionele beleidsterreinen van centrale banken betrekking hebben als op ondersteunende en technische functies en neemt bijvoorbeeld de vorm aan van een bezoek aan de ECB, of een bezoek van ECB-medewerkers aan de betreffende centrale bank.

De ECB verzorgt ook een trainingprogramma voor medewerkers van andere centrale banken.

Nadere informatie is tevens te vinden in The Eurosystem as a provider of technical assistance to EU Neighbouring Regions in het Maandbericht van juli 2008. Medewerkers van de ECB die op deze terreinen actief zijn, kunnen worden gecontacteerd via centralbankcooperation@ecb.europa.eu

Door de ECB gecoördineerde programma's

Nationale centrale banken van de EU hebben jarenlang deelgenomen aan grote meerjarige samenwerkingsprogramma's voor centrale banken, gefinancierd door de Europese Commissie. Deze vorm van steun staat bekend als "jumelage" en is succesvol gebleken, omdat deze een sterke institutionele band schept tussen instellingen die soortgelijke of zelfs dezelfde taken verrichten. "Jumelage"-overeenkomsten kunnen worden aangegaan door een overheidsinstelling in een lidstaat van de EU – zoals een nationale centrale bank – en er kunnen ook instellingen uit andere lidstaten deel van uit maken om zo een consortium van maximaal drie instellingen te vormen.

Sinds 2003 is de ECB tevens met de Europese Commissie overeenkomsten aangegaan die vergelijkbaar zijn met "jumelage"-overeenkomsten en die er net als die overeenkomsten naar streven bepaalde specifieke resultaten te bereiken. Deze overeenkomsten worden door de ECB ten uitvoer gelegd in een samenwerkingsverband met de nationale centrale banken van het Eurosysteem en het ESCB. Dergelijke overeenkomsten profiteren van de bevoegdheid van de ECB met de Europese Commissie een individuele financiële overeenkomst af te sluiten namens een aantal nationale centrale banken. Dit is een voorbeeld van de toezegging van het Eurosysteem zijn taken effectief en efficiënt uit te voeren, in een geest van samenwerking en teamwork.

In 2013 is het 10 jaar geleden dat de door de ECB gecoördineerde programma's voor technische samenwerking zijn ingesteld en ter gelegenheid daarvan werd een conferentie georganiseerd met de titel "International central bank cooperation before, during and after the crisis". De conferentie bracht veel sprekers van hoog niveau bijeen die nogmaals de waarde van centralebankensamenwerking bevestigden. Zie voor nadere details: Het persbericht van de ECB en het conferentieprogramma.

Nadere informatie over door de ECB gecoördineerde en door de EU gefinancierde samenwerkingsprogramma's voor centrale banken en programma's zonder externe financiering is te vinden onder de bovenstaande tabs "Afgeronde programma's" en "Lopende programma's".

Afgeronde programma's

Samenwerking met de Nationale Bank van Servië (2011-13)

De ECB en 21 nationale centrale banken ondersteunden tussen 1 februari 2011 en 31 december 2013 de Nationale Bank van Servië bij haar streven de EU-normen op het gebied van centraal bankieren ten uitvoer te leggen, ter voorbereiding op de toetreding van Servië tot de EU. Het 35 maanden durende programma was een vervolg op het in 2008-2009 uitgevoerde programma ter inventarisatie van de bestaande behoeften. Het programma richtte zich op 13 centralebankterreinen, waarvan sommige ook aan bod waren gekomen in het programma ter inventarisatie van de bestaande behoeften: 1) toezicht op de financiële sector; 2) harmonisatie van wetgeving; 3) liberalisering van het kapitaalverkeer; 4) beheer van valutareserves; 5) monetaire en wisselkoerstransacties; 6) consumentenbescherming op het gebied van financiële diensten; 7) ondersteuning bij toetreding tot de EU; 8) economische analyse en economisch onderzoek; 9) statistiek; 10) betalingssystemen; 11) financiële stabiliteit; 12) informatietechnologie en 13) boekhouding en financiële verslaglegging.

De betrokken nationale centrale banken in de EU waren Nationale Bank van België, Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije), Česká narodní banka, Deutsche Bundesbank, Eesti Pank, Central Bank of Ireland, Bank of Greece, Banco de España, Banque de France, Central Bank of Cyprus, Banque centrale du Luxembourg, Magyar Nemzeti Bank, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank, Narodowy Bank Polski, Banco de Portugal, Banca Naţională a României, Banka Slovenije, Národná banka Slovenska, Suomen Pankki – Finlands Bank en de Bank of England.

Samenwerking met de Nationale Bank van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië (2012-2013)

De ECB en 10 nationale centrale banken uit de EU ondersteunden tussen 15 oktober 2012 en 14 juli 2013 de Nationale Bank van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië door op tien gebieden (boekhouding, bankbiljetten, economische analyse en economisch onderzoek, human resources, informatietechnologie, interne audit, juridische diensten, monetair en wisselkoersbeleid, betalingssystemen en statistieken) de specifieke punten in kaart te brengen waarop de bank vooruitgang moet boeken om op een niveau te komen dat overeenkomt met dat van een centrale bank van een EU-lidstaat. Dit niveau dient bereikt te zijn tegen de tijd het land lid van de EU wordt en de Nationale Bank van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië deel gaat uitmaken van het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB).

De betrokken nationale centrale banken waren Deutsche Bundesbank, Eesti Pank, Central Bank of Ireland, Banco de España, Banca d’Italia, Central Bank of Malta, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank, Banka Slovenije en Národná banka Slovenska. Daarnaast leverde de Nationale Bank van Bulgarije deskundigen ter ondersteuning van het programma.

Samenwerking met de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina (2010-2011)

De ECB en zeven nationale centrale banken hebben tussen 1 april 2010 en 30 september 2011 de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina geholpen bij de implementatie van de EU-normen op het gebied van centraalbankieren, ter voorbereiding op de toetreding van Bosnië en Herzegovina tot de EU. Deskundigen van de centrale banken van Bulgarije en Roemenië hebben eveneens een bijdrage geleverd. Het anderhalf jaar durende programma was een vervolg op de inventarisatie van de behoeften die in 2007 is gemaakt. In het programma kwamen zes thema's aan bod, waarvan de eerste drie zich richtten op de aanbevelingen uit de onderstaande inventarisatie van 2007: i) statistiek, ii) economische analyse en economisch onderzoek, iii) financiële stabiliteit, iv) harmonisatie van de wetgeving met die van de EU, v) coördinatie van de integratie met de EU, en vi) verbetering van de IT-diensten bij de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina.

De betrokken nationale centrale banken waren Deutsche Bundesbank, Bank of Greece, Banco de España, Banca d’Italia, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank en Banka Slovenije.

Samenwerking met (mogelijke) kandidaat-lidstaten van de EU (2010-2012)

De ECB en veertien nationale centrale banken van het eurogebied hebben tussen 19 januari 2010 en 18 januari 2012 een ondersteuningsprogramma voor (mogelijke) kandidaat-lidstaten van de EU georganiseerd. Het doel van het programma was het macro- en microprudentieel toezicht op de westelijke Balkan en in Turkije te versterken. Het Eurosysteem heeft dit programma in nauwe samenwerking met de internationale financiële gemeenschap georganiseerd en daarbij geprofiteerd van de kennis van organen en instellingen in Bazel, Brussel, Londen en Washington die ditzelfde doel, herziening en versterking van het bankentoezichtskader, al nastreven, een en ander overeenkomstig de aanbeveling van de G20. In het eerste jaar stonden meer dan twintig trainingen en drie beleidsworkshops voor hoger personeel op het programma en waren 36 instellingen bij het programma betrokken. Het tweede jaar van het programma omvatte bilaterale ondersteuning van de acht begunstigden om hen te helpen bepaalde capaciteiten op het gebied van bankentoezicht te ontwikkelen, gevolgd door simulatieoefeningen in de voorbereiding op en de beheersing van crises.

De betrokken nationale centrale banken waren Nationale Bank van Belgie, Bank of Greece, Banco de España, Banque de France, Banca d’Italia, Central Bank of Cyprus, Banque centrale du Luxembourg, Central Bank of Malta, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank, Banco de Portugal, Banka Slovenije, Národná banka Slovenska, Suomen Pankki – Finlands Bank.

De EU-kandidaten en mogelijke kandidaten waren Kroatië, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro, Turkije, Servië en Kosovo (overeenkomstig UNSCR 1244).

Samenwerking met de Centrale Bank van Egypte (2009-2012)

De ECB en zeven nationale centrale banken van de EU hebben tussen 1 januari 2009 en 31 maart 2012 de Centrale Bank van Egypte ondersteund bij het versterken van het Egyptische bankentoezicht door geleidelijk de wet- en regelgeving, het rapportagekader en de toezichtmethoden van de Bank te actualiseren en in overeenstemming te brengen met de elementaire regels van Bazel II, een en ander in overeenstemming met de strategie van de Centrale Bank van Egypte, die op een bijeenkomst in Caïro op 14 oktober 2009 aan de commerciële banken is gepresenteerd. Het hervormingsproces omvat zowel raadpleging van de banksector op het terrein van kwalitatieve aangelegenheden als kwantitatief onderzoek naar de effecten van de hervorming.

De betrokken nationale centrale banken waren Bi>jirapcKa Hapo/ma 6amca (Nationale Bank van Bulgarije), Česká národní banka, Deutsche Bundesbank, Bank of Greece, Banque de France, Banca d’Italia en Banca Nationala a României.

Samenwerking met de Nationale Bank van Servië (2008-2009)

De ECB en zeventien nationale centrale banken uit de EU hebben tussen 1 september 2008 en 31 mei 2009 de Nationale Bank van Servië (NBS) geassisteerd door op zes gebieden de specifieke punten in kaart te brengen waarop de bank vooruitgang moet boeken om een niveau te bereiken dat overeenkomt met dat van een centrale bank van een EU-lidstaat. Deze zes gebieden zijn: bankentoezicht; harmonisatie met het acquis communautaire van regelgeving die onder de bevoegdheid van de NBS valt; liberalisatie van het kapitaalverkeer; uitvoering van het monetair beleid en het wisselkoersregime; monetaire, financiële en betalingsbalansstatistieken; en consumentenbescherming op het gebied van financiële diensten. Dit niveau dient bereikt te zijn tegen de tijd dat Servië lid van de EU wordt en de Nationale Bank van Servië deel gaat uitmaken van het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De ECB en de andere centrale banken hebben 69 aanbevelingen gedaan, met de uitvoering waarvan de Nationale Bank van Servië een begin heeft gemaakt.

De betrokken nationale centrale banken waren De Nationale Bank van België, Българска народна банка (Bulgaarse Nationale Bank), Česká narodní banka, Danmarks Nationalbank, Deutsche Bundesbank, Eesti Pank, Bank of Greece, Banque de France, Banca d’Italia, Central Bank of Cyprus, Latvijas Banka, Magyar Nemzeti Bank, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank, Narodowy Bank Polski, Banka Naţională a României en de Bank of England.

Samenwerking met de Bank of Russia (2008-2011)

De ECB en acht nationale centrale banken van het Eurosysteem hebben tussen 1 april 2008 en 31 maart 2011 de centrale bank van de Russische Federatie (de Bank of Russia) geassisteerd op het gebied van bankentoezicht en interne auditing. Het onderdeel bankentoezicht van het programma had als belangrijkste doel de Russische centrale bank te helpen de stabiliteit van het Russische bankwezen te handhaven. De intentie was de regels, het beleid en de werkwijzen rond het bankentoezicht te moderniseren en te laten aansluiten bij de internationaal aanvaarde normen die door het Comité van Bazel voor het Bankentoezicht zijn geformuleerd en zijn vastgelegd in wat bekendstaat als 'Bazel II'. Daarbij werd gebruikgemaakt van de ervaring die in de Europese Unie met de invoering van Bazel II is opgedaan. Voor het programmaonderdeel interne audit werd de op risico gebaseerde interne auditfunctie van de Bank of Russia door middel van training door en consultaties met de deskundigen van het Eurosysteem ondersteund. Hierbij werd aandacht besteed aan best practices voor de op risico gebaseerde interne auditing van het Eurosysteem in het algemeen en meer in het bijzonder aan de interne auditing van het beheer van valutareserves en het gebruik van IT-tools en -systemen.

De betrokken nationale centrale banken waren Deutsche Bundesbank, Bank of Greece, Banco de España, Banque de France, Banca d’Italia, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank en Suomen Pankki – Finlands Bank.

Samenwerking met de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina (2007)

De ECB en acht nationale centrale banken uit de EU hebben tussen 1 maart en 31 augustus 2007 de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina ondersteund door op zeven gebieden (coördinatie van het bankentoezicht, economische analyse en economisch onderzoek, financiële stabiliteit, interne audit, monetaire beleid onder een currency board-regeling, betalingssystemen en statistieken) de specifieke punten in kaart te brengen waarop de bank vooruitgang moet boeken om op een niveau te komen dat overeenkomt met dat van een centrale bank van een EU-lidstaat. Dit niveau dient bereikt te zijn tegen de tijd dat Bosnië en Herzegovina lid van de EU wordt en de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina deel gaat uitmaken van het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB). De ECB en de andere centrale banken hebben 71 aanbevelingen gedaan, met de uitvoering waarvan de Centrale Bank van Bosnië en Herzegovina een begin heeft gemaakt.

De betrokken nationale centrale banken waren Deutsche Bundesbank, Eesti Pank, Bank of Greece, Banco de España, Banque de France, Banca d’Italia, Oesterreichische Nationalbank en Banka Slovenije.

Samenwerking met de Centrale Bank van Egypte (2005-2007)

De ECB en vier nationale centrale banken van het Eurosysteem hebben de centrale bank van Egypte tussen 1 december 2005 en 30 november 2007 bijgestaan bij een algehele herziening van haar operationele en beheersprocedures voor bankentoezicht, met als doel tot een op risico gebaseerde aanpak te komen. De werkzaamheden hadden betrekking op zes gebieden: doorlopend toezicht, inspecties, macroprudentiële analyse, regelgeving en normering, methodologie en informatietechnologie en een leerplan voor bankentoezichthouders. In de loop van de twee jaar hebben meer dan zeventig studiebezoeken, missies van experts, cursussen en andere vormen van ontmoeting en overleg plaatsgehad.

De betrokken nationale centrale banken waren Deutsche Bundesbank, Bank of Greece, Banque de France en Banca d’Italia.

Samenwerking met de Bank of Russia (2003-2005)

De ECB, negen nationale centrale banken en drie niet-centrale banken hebben tussen 1 november 2003 en 31 oktober 2005 de centrale bank van de Russische Federatie (Bank of Russia) geholpen bij de invoering van een op risico gebaseerde toezichtsmethodiek. In het kader van dit programma zijn in totaal 1000 bij de regionale kantoren van de Bank of Russia werkzame toezichthouders getraind in de op risico gebaseerde toezichtmethoden die in de EU worden gehanteerd. Daarvoor zijn in Rusland 64 trainingen en vier seminars voor hoger kader georganiseerd en heeft personeel van de Bank of Russia banktoezichthouders in de EU bezocht. Er is een Engels- en Russischtalig handboek, Banking supervision – European experience and Russian practice, samengesteld als zelfstudiemateriaal voor medewerkers van de Bank of Russia.

De betrokken nationale centrale banken waren Deutsche Bundesbank, Central Bank of Ireland, Banco de España, Banque de France, Banca d’Italia, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank en Suomen Pankki – Finlands Bank.

De toezichthoudende instanties die niet tot centrale banken behoren, waren Rahoitustarkastus/Finansinspektionen, Finansinspektionen en de Financial Services Authority.

Lopende programma's

Samenwerking met centrale banken van de westelijke Balkanlanden (2014-15)

Op 19 december 2013 ondertekenden de ECB en de Europese Commissie een overeenkomst voor een 18 maanden durend programma voor technische samenwerking (januari 2014 – juni 2015) met de centrale banken van kandidaatlanden en mogelijke kandidaatlanden van de EU in de westelijke Balkan. Het door de EU gefinancierde programma wordt door de ECB ondersteund in een samenwerkingsverband met 11 nationale centrale banken van de EU. Het omvat een zes maanden durende analyse van het werk van de Bank van Albanië op 13 terreinen (financiële stabiliteit, informatietechnologie, interne audit, bankentoezicht, betalingssystemen, bankbiljetten en uitgifte, communicatie, EU-integratie, human resources, juridische diensten, boekhouding en financiële verslaglegging, monetairbeleidsanalyse en -transacties, en statistiek), gevolgd door een zes maanden durende analyse van het werk van de Centrale Bank van Kosovo (overeenkomstig UNSCR 1244) op zeven terreinen (financiële stabiliteit, informatietechnologie, interne audit, bankentoezicht, betalingssystemen, EU-integratie en bestuur). Het doel van deze samenwerking is vast te stellen op welke terreinen de twee centrale banken vooruitgang dienen te boeken om een niveau te bereiken dat verenigbaar is met dat van het Europees Stelsel van Centrale Banken. Bovendien omvat het programma ook een onderdeel projectvoorbereiding met de Nationale Bank van de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en mogelijk andere centrale banken in de westelijke Balkanregio.

De betrokken nationale centrale banken van de EU zijn Българска народна банка (Nationale Bank van Bulgarije), Česká národní banka, Deutsche Bundesbank, Banque de France, Banca d’Italia, Central Bank of Malta, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank, Banco de Portugal, Banka Slovenije en Národná banka Slovenska.

Samenwerking met de Central Bank of Montenegro (2014-15)

Op 26 augustus 2014 ondertekenden de ECB en de EU-delegatie in Montenegro een overeenkomst met de Central Bank of Montenegro voor een zeven maanden durend programma voor technische samenwerking (van september 2014 tot maart 2015). Het door de EU gefinancierde programma wordt ondersteund door de ECB in een samenwerkingsverband met tien nationale centrale banken van de EU. Het programma omvat een analyse van het werk van de Central Bank of Montenegro op zes terreinen (financiële verslaglegging, EU-integratie, financiële en bancaire transacties, financiële stabiliteit, operationeel risico en bedrijfscontinuïteit en statistieken). Het doel van deze samenwerking is vast te stellen op welke terreinen de Central Bank of Montenegro vooruitgang dient te boeken om een niveau te bereiken dat verenigbaar is met dat van het Europees Stelsel van Centrale Banken.

De betrokken nationale centrale banken van de EU zijn Deutsche Bundesbank, Eesti Pank, Bank of Greece, Banque de France, Banca d'Italia, De Nederlandsche Bank, Oesterreichische Nationalbank, Banco de Portugal, Banka Slovenije en Národná banka Slovenska.

Samenwerking met de People’s Bank of China (2008-2015)

De ECB en de People’s Bank of China (PBoC) ondertekenden in september 2008 een Memorandum of Understanding waarin de basis werd gelegd voor intensiever samenwerking tussen de twee instellingen op het gebied van centraal bankieren, informatie-uitwisseling tussen deskundigen en detachering van medewerkers. Dit Memorandum verving een eerdere versie die in september 2002 werd ondertekend. De samenwerking strekte zich in de loop der jaren uit over een reeks onderwerpen op het gebied van centraal bankieren. Het Memorandum zal na drie jaar worden herbezien.

Samenwerking met de Centrale Bank van de Republiek Turkije (2012-2015)

De ECB en de Centrale Bank van de Republiek Turkije ondertekenden in juli 2012 een Memorandum of Understanding waarin de basis werd gelegd voor intensiever samenwerking tussen de twee instellingen op het gebied van centraal bankieren, informatie-uitwisseling tussen deskundigen en detachering van medewerkers. De samenwerking richt zich in eerste instantie op onderzoek en monetair beleid, communicatie, internationale betrekkingen en finaniële stabiliteit. Het Memorandum zal na drie jaar worden herbezien.

Samenwerking met de Centrale Bank van de Russische Federatie (2012-2015)

De ECB en de Centrale Bank van de Russische Federatie ondertekenden in oktober 2012 een Memorandum of Understanding ter continuering van de samenwerking tussen de twee instellingen, met allereerst de nadruk op monetair beleid, financiële stabiliteit en bankentoezicht. Het Memorandum en de samenwerkingsgebieden zullen na drie jaar worden herbezien. De ECB voert het programma uit in samenwerking met de nationale centrale banken van het Eurosysteem. Het programma bouwt voort op de sterke band die is gesmeed gedurende eerdere programma's in 2003-2005 en 2008-2011.

De betrokken nationale centrale banken zijn Deutsche Bundesbank, Banque de France, Banca d’Italia, De Nederlandsche Bank en Oesterreichische Nationalbank.