Großmarkthalle

De vloer van de Großmarkthalle

In de Großmarkthalle worden een bezoekerscentrum, een bedrijfsrestaurant, een cafetaria en conferentieruimten ondergebracht. Deze ruimten worden volgens het 'gebouw-in-gebouw'-concept in de hal geïntegreerd. De oorspronkelijke vloer uit de jaren twintig van de vorige eeuw en de onderliggende structuur zijn niet sterk genoeg om deze nieuwe faciliteiten te dragen. Er is dus een nieuwe structuur nodig. Bovendien wordt een nieuwe, waterdichte kelder toegevoegd, waarin de archieven en technische ruimten worden ondergebracht.

In de zomer van 2010 zijn het plafond en de paddenstoelkolommen van gewapend beton met gravers neergehaald. De structuur van de Großmarkthalle is door deze werkzaamheden niet aangetast, aangezien de diagonale zuilen die het dak dragen, op afzonderlijke fundamenten rusten die tot in de kelder reiken.

Het slaan van de heipalen voor de nieuwe faciliteiten en de constructie van circa 3500 meter aan betonnen schragen voor de bestaande kolomvoeten zijn in 2010 afgerond.

Sloopwerkzaamheden voor het entreegebouw

Het entreegebouw schept een functionele en visuele overgang tussen de Großmarkthalle en de dubbele kantoortoren. Het doorsnijdt de Großmarkthalle en vormt een duidelijk herkenbare ingang aan de noordzijde van het terrein, aan de Sonnemannstrasse. In het entreegebouw wordt ook de ruimte voor de persconferenties ondergebracht.

Ten behoeve van de constructie van het entreegebouw zijn in augustus 2010, in overleg met de dienst die verantwoordelijk is voor monumentenzorg, drie daksegmenten gesloopt. De drie verwijderde betonnen schalen waren door de bombardementen tijdens de Tweede Wereldoorlog beschadigd en in de jaren vijftig van de vorige eeuw gereconstrueerd.

Ze zijn door de slopers aan de hand van een zorgvuldig plan verwijderd: eerst werd de gevel weggenomen, zodat de draagstructuur van de dakschalen toegankelijk werd. Vervolgens werden de schalen zelf verwijderd en ten slotte de draagstructuur, die bestond uit dragers van gewapend beton. De slopers hielden zich nauwgezet aan deze opzet om de oorspronkelijke delen van het gebouw niet te beschadigen.

De restauratie van de Großmarkthalle

Een belangrijk aspect van de bouwwerkzaamheden wordt gevormd door de restauratie van de Großmarkthalle, die tussen 1926 en 1928 is gebouwd naar een ontwerp van Martin Elsaesser. Het uiterlijk aanzien van de Großmarkthalle wordt behouden, waarbij de gevels en andere oppervlakken overeenkomstig de monumentvergunning worden gerestaureerd. In 2010 zijn circa 7000 m lintvoegen en 32.500 stootvoegen in de vleugelgebouwen verwijderd en opnieuw aangebracht. Daarnaast zijn circa 14.000 gebreken in het beton hersteld.

Funderingswerkzaamheden voor het entreegebouw

Aan het betonskelet van het entreegebouw, dat inmiddels uit de opening in de hal naar voren steekt, is te zien waar het entreegebouw precies komt en hoe het ligt ten opzichte van de Sonnemannstraße.

Skelet van de 'gebouwen in het gebouw'

De nieuwe kelder, begane grond en de eerste verdiepingen van de 'gebouw-in-gebouw'-elementen zijn inmiddels gebouwd en de brede trappenpartij naar de conferentieruimte geeft al een eerste indruk van de afmetingen en proporties van deze nieuwe elementen in verhouding tot de hal.

Restauratie van de dakschalen

De dakschalen zijn met behulp van het Torkretproces gemaakt. Dat was destijds uiterst geavanceerd en een van de redenen om de Großmarkthalle in 1972 op de monumentenlijst te zetten. De dakschalen worden nu gerestaureerd en blijken, anders dan eerst werd gevreesd, verrassend goed bewaard te zijn. De buitenste laag van dakbitumen en polystyreen wordt verwijderd, zodat een nieuwe isolatielaag kan worden aangebracht, en het betonnen binnenwerk wordt gerestaureerd.

Restauratie van de oostelijke vleugel

Sinds het voorjaar van 2010 wordt gewerkt aan de restauratie van de baksteengevel van de oostelijke vleugel. Daarvoor zijn alle voegen specievrij gemaakt en opnieuw gevoegd. Het voegwerk van de baksteengevels is een van de bijzondere kenmerken van de Großmarkthalle. Volgens het ontwerp van Martin Elsaesser, de toenmalige stadsbouwmeester van Frankfurt am Main, moesten de horizontale lintvoegen aanzienlijk breder zijn dan de verticale stootvoegen, namelijk respectievelijk 2,5 en slechts één centimeter. Het idee was om hiermee de breedtewerking van de baksteenlagen te accentueren. Deze kunstzinnige nadruk op de breedtewerking werd versterkt door de kleur van de voegen: voor de horizontale voegen werd een lichte metselspecie gebruikt, voor de verticale voegen een donkere. De voegen worden zorgvuldig gerestaureerd om de gevels hun oorspronkelijk aanzien terug te geven.