PERSBERICHT

Jaarrekening van de ECB over 2016

16 februari 2017

EMBARGO

Persembargo tot 10:00 uur Midden-Europese tijd op donderdag 16 februari 2017
  • Nettowinst van de ECB over 2016: € 1,19 miljard (2015: € 1,08 miljard)
  • Nettorentebaten uit effecten aangehouden voor monetairbeleidsdoeleinden: € 1,04 miljard (2015: € 0,89 miljard)
  • Rentebaten uit externe reserves € 370 miljoen (2015: € 283 miljoen)
  • Kosten voor toezichtstaken, via toezichtsvergoedingen in rekening gebracht: € 382 miljoen (2015: € 277 miljoen)
  • Balanstotaal van de ECB: € 349 miljard (2015: € 257 miljard)
  • Tussentijdse winstverdeling onder de nationale centrale banken van € 966 miljoen, uitgevoerd op 31 januari 2017; het restant van de winst (€ 227 miljoen) wordt op 17 februari 2017 uitgekeerd

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft de door de externe accountant gecontroleerde jaarrekening van de ECB over het boekjaar 2016 goedgekeurd.

De nettowinst van de ECB steeg in 2016 met € 111 miljoen, naar € 1.193 miljoen, voornamelijk dankzij hogere nettorentebaten uit de portefeuille van op grond van het programma voor de aankoop van activa ('asset purchase programme' – APP)[1] aangehouden effecten en uit de Amerikaansedollarportefeuille.

De nettorentebaten bedroegen € 1.648 miljoen in 2016 (2015: € 1.475 miljoen). De nettorentebaten voortvloeiend uit het APP stegen met € 275 miljoen, naar € 435 miljoen, als gevolg van de voortgezette effectenaankopen op grond van dit programma. De nettorentebaten voortvloeiend uit de eerste twee aankoopprogramma's voor gedekte obligaties en het programma voor de effectenmarkten ('Securities Markets Programme' – SMP) daalden als gevolg van aflossingen naar respectievelijk € 88 miljoen (2015: € 120 miljoen) en € 520 miljoen (2015: € 609 miljoen). De rentebaten uit externe reserves liepen op naar € 370 miljoen (2015: € 283 miljoen) als gevolg van hogere rentebaten uit de Amerikaansedollarportefeuille.

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties bedroegen € 225 miljoen (2015: € 214 miljoen).

De afwaarderingen bedroegen in totaal € 148 miljoen (2015: € 64 miljoen). De toename van de afwaarderingen in 2016 hing vooral samen met de hogere markrendementen van de effecten in de Amerikaansedollarportefeuille naast de algehele markwaardedaling van deze effecten. Op basis van de uitkomsten van de toetsing op bijzondere waardevermindering van de effecten in de monetairbeleidsportefeuilles zijn geen bijzondere-waardeverminderingsverliezen verantwoord.

De aan onder toezicht staande instellingen in rekening gebrachte vergoedingen bedroegen € 382 miljoen (2015: € 277 miljoen). Deze vergoedingen worden in rekening gebracht ter dekking van de kosten die de ECB in verband met haar toezichtstaken maakt. De toename in 2016 van de met het SSM samenhangende kosten vloeide voort uit een stijging van het aantal medewerkers van ECB-Bankentoezicht, de verhuizing naar een nieuwe locatie, en de opbouw van de statistische en IT-infrastructuur.

De totale personeelskosten en overige beheerkosten stegen naar respectievelijk € 467 miljoen (2015: € 441 miljoen) en € 487 miljoen (2015: € 423 miljoen) als gevolg van de gestegen kosten in verband met de toezichtstaken van de ECB.

De nettowinst van de ECB wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld. De Raad van Bestuur besloot tot een tussentijdse winstverdeling van € 966 miljoen onder de nationale centrale banken van het eurogebied op 31 januari 2017. Tijdens de vergadering van de Raad van Bestuur die gisteren plaatsvond, is besloten het restant van de winst, een bedrag van € 227 miljoen, op 17 februari 2017 uit te keren.

Het balanstotaal van de ECB steeg met 36% naar € 349 miljard (2015: € 257 miljard). De stijging was vooral het gevolg van de effectenaankopen op grond van het APP. Ook de waardestijging van de door de ECB aangehouden externe reserves droeg aan de toename bij.

Als gevolg van deze factoren groeide de geconsolideerde balans van het Eurosysteem[2] met 32% naar € 3.663 miljard (2015: € 2.781 miljard). Het bedrag aan door het Eurosysteem voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten steeg met € 851 miljard naar € 1.654 miljard (2015: € 803 miljard) als gevolg van effectenaankopen op grond van het APP. Op 31 december 2016 bedroeg de waarde van de aangehouden APP-effecten € 1.532 miljard (2015: € 650 miljard). De in het kader van het SMP aangehouden effecten daalden met € 21 miljard ten gevolge van aflossingen.

De contactpersoon voor de media is Stefan Ruhkamp, tel.: +49 69 1344 5057.

Toelichting:

  1. Grondslagen voor de financiële verslaggeving van de ECB en het Eurosysteem: De gemeenschappelijke grondslagen voor financiële verslaggeving zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie.[3] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal aanvaarde verslagleggingspraktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder rekening houden met de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem. Gezien de grote vreemde-valutaposities van de meeste centrale banken van het Eurosysteem wordt de nadruk gelegd op het voorzichtigheidsbeginsel. Deze voorzichtige benadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod op saldering van ongerealiseerde verliezen op een actief met ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks op herwaarderingsrekeningen verantwoord. Ongerealiseerde verliezen die de desbetreffende herwaarderingsrekeningsaldi te boven gaan, worden aan het eind van het jaar als lasten verwerkt. Bijzondere-waardeverminderingsverliezen worden in hun geheel in de winst-en-verliesrekening verantwoord. Alle nationale centrale banken van het eurogebied moeten deze grondslagen in acht nemen bij het rapporteren over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem. Deze transacties worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten ‘Weekstaat’) en de geconsolideerde jaarbalans van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. De voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs (onder aftrek van bijzondere waardeverminderingen).
  3. Verhandelbare effecten, met uitzondering van de effecten die voor monetairbeleidsdoeleinden worden aangehouden, worden geherwaardeerd tegen marktprijs.
  4. Goud en alle overige in de balans en niet in de balans opgenomen opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta worden in euro omgerekend tegen de op de balansdatum geldende wisselkoers.
  5. Winstverdeling/toedeling van verliezen: Krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag maximaal 20% van de nettojaarwinst aan het algemene reservefonds worden toegevoegd, met inachtneming van een limiet van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende nettowinst wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld, naar rato van hun gestorte aandelen in het kapitaal van de ECB.
  6. Als de ECB een verlies maakt, kan het tekort worden gedekt uit (a) de algemene risicovoorziening van de ECB en het algemene reservefonds, en (b) de monetaire inkomsten over het desbetreffende boekjaar, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur. Een eventueel resterend nettoverlies, ten slotte, kan in de balans worden opgenomen als een verlies dat met eventuele nettowinsten in een volgend jaar of volgende jaren kan worden gecompenseerd.
  7. Door het Eurosysteem aangehouden SMP-effecten: De tabel hieronder toont een uitsplitsing naar emittent van de uitstaande bedragen van de door het Eurosysteem op grond van het SMP aangehouden effecten per 31 december 2016.

Door het Eurosysteem aangehouden SMP-effecten per 31 december 2016

Land emittent

Nominaal bedrag

(EUR miljard)

Boekwaarde[1]

(EUR miljard)

Gemiddelde resterende

looptijd

(jaar)

Ierland

7,3 7,1 3,3

Griekenland

13,2 12,3 2,9

Spanje

20,1 20,0 2,9

Italië

54,9 53,6 2,9

Portugal

9,5 9,2 2,5

Totaal[2]

105,0 102,3 2,9

[1] Op grond van het SMP aangehouden effecten worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

[2] Totalen kunnen door afronding enigszins verschillen.



[1]Het APP omvat het derde aankoopprogramma voor gedekte obligaties ('covered bond purchase programme' – CBPP3), het aankoopprogramma voor effecten op onderpand van activa ('asset-backed securities purchase programme' – ABSPP), het aankoopprogramma voor door de publieke sector uitgegeven schuldbewijzen ('public sector purchase programme' – PSPP) en het aankoopprogramma voor door de bedrijvensector uitgegeven schuldbewijzen ('corporate sector purchase programme' – CSPP). De ECB doet geen effectenaankopen op grond van het CSPP.

[2]De geconsolideerde balans van het Eurosysteem is gebaseerd op voorlopige, niet door de externe accountant gecontroleerde gegevens. De jaarrekeningen van alle nationale centrale banken worden eind mei 2017 afgerond en de definitieve geconsolideerde jaarbalans van het Eurosysteem zal daarna worden gepubliceerd.

[3]Besluit (EU) 2016/2247 van de ECB van 3 november 2016 betreffende de jaarrekening van de ECB (ECB/2016/35), PB L 347 van 20.12.2016, blz. 1, bevat de gedetailleerde grondslagen voor de financiële verslaggeving.

Contactpersonen voor de media