PERSBERICHT

De jaarstukken van de ECB over 2014

19 februari 2015

EMBARGO

Persembargo tot 12.00 uur Midden-Europese tijd op donderdag 19 februari 2015
  • Netto winst van de ECB over 2014: €989 miljoen (2013: €1.440 miljoen).
  • Netto rentebaten uit het Programma voor de effectenmarkten: €728 miljoen (2013: €962 miljoen).
  • Rentebaten uit bankbiljetten: €126 miljoen (2013: €406 miljoen).
  • Omvang van de balans van de ECB: €185 miljard (2013: €174 miljard)

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft gisteren zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2014. [1]

De Raad van Bestuur besloot per 31 december 2014 een bedrag van €15 miljoen (2013: €0,4 miljoen) over te dragen naar de risicovoorziening, waardoor deze per die datum steeg naar het niveau van het plafond van €7.575 miljoen. Het doel van de risicovoorziening is dekking te vormen voor verliezen ten gevolge van wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s, welke risico's doorlopend worden gecontroleerd. De omvang van deze voorziening wordt jaarlijks herzien. Ten gevolge van de overdracht naar de risicovoorziening bedroeg de nettowinst van de ECB over 2014 €989 miljoen (2013: € 1.440 miljoen). Deze daling was voornamelijk het gevolg van (a) de lagere rentebaten uit bankbiljetten ten gevolge van de lagere gemiddelde rentevoet bij de basisherfinancieringstransacties, (b) de daling van de netto rentebaten uit het Programma voor de effectenmarkten ("Securities Markets Programme" of SMP) ten gevolge van aflossingen, en (c) de hogere operationele kosten, voornamelijk ten gevolge van de kosten in verband met de oprichting van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (SSM).

De Raad van Bestuur besloot over te gaan tot een tussentijdse verdeling van de winst, ten bedrage van €841 miljoen, aan de nationale centrale banken van het eurogebied, op 30 januari 2015. Tijdens de vergadering van gisteren besloot de Raad van Bestuur het restant van de winst, een bedrag van €148 miljoen, op 20 februari 2015 onder de nationale centrale banken van het eurogebied te verdelen.

De inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingswinsten op haar externereservesportefeuille en eigenmiddelenportefeuille, uit rentebaten uit haar aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop en, in de afgelopen jaren, uit rentebaten op de voor monetairbeleidsdoeleinden aangekochte waardepapieren.

De netto rentebaten bedroegen in 2014 €1.536 miljoen (2013: €2.005 miljoen). Hiervan maakten deel uit rentebaten van €126 miljoen uit het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (2013: €406 miljoen) en nettorentebaten van €728 miljoen (2013: €962 miljoen) uit waardepapieren die waren aangekocht in het kader van het SMP, waarvan €298 miljoen (2013: €437 miljoen) uit de door de ECB in het kader van het SMP aangehouden Griekse staatsobligaties. Daarnaast omvatten deze baten tevens netto rentebaten van €174 miljoen (2013: €204 miljoen) uit waardepapieren die waren aangekocht in het kader van de drie programma's voor de aankoop van gedekte obligaties en €1 miljoen uit waardepapieren die waren aangekocht in het kader van het programma voor de aankoop van effecten op onderpand van activa ("asset-backed securities purchase programme" of ABSPP). De ECB heeft de nationale centrale banken een rentevergoeding van €57 miljoen (2013: €192 miljoen) op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves uitgekeerd, terwijl de rentebaten uit de externe reserves €217 miljoen (2013: €187 miljoen) bedroegen.

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties bedroegen €57 miljoen (2013: €52 miljoen).

Afwaarderingen bedroegen in totaal €8 miljoen in 2014 (2013: €115 miljoen). De aanzienlijk lagere afwaarderingen in 2014 waren voornamelijk het gevolg van de algehele stijging van de marktwaarde van de in zowel de Amerikaanse dollar-portefeuille als de eigenmiddelenportefeuille aangehouden waardepapieren.

De beheerkosten van de ECB bestaan uit personeelskosten en alle overige administratieve kosten. De personeelskosten stegen naar €301 miljoen in 2014 (2013: €241 miljoen) aangezien het aantal personeelsleden gedurende het jaar geleidelijk steeg ten gevolge van de voorbereidingen voor de start van het SSM in november 2014. De met het SSM verband houdende uitgaven die in november en december 2014 zijn gedaan bedroegen €30 miljoen. Dit bedrag zal in 2015 in rekening worden gebracht maar wordt in de winst- en verliesrekening van de ECB voor 2014 opgenomen als inkomsten uit vergoedingen als overlopende post.

Overige administratieve kosten, waaronder huur van panden, professionele vergoedingen en overige goederen en diensten, bedroegen €376 miljoen in 2014 (2013: €287 miljoen). Het overgrote deel van de kosten die zijn gemaakt in verband met de bouw van het nieuwe kantoorgebouw van de ECB zijn gekapitaliseerd en worden niet onder deze post opgenomen. Nadat de ECB in november 2014 haar nieuwe kantoorgebouw had betrokken, werden de tot dat moment gemaakte gekapitaliseerde kosten overgedragen van de post "Activa in aanbouw" naar de toepasselijke vasteactivaposten. Overeenkomstig het normale afschrijvingsbeleid van de ECB is de afschrijving van het nieuwe kantoorgebouw van de ECB in januari 2015 begonnen.

De totale omvang van de balans van de ECB steeg met €11 miljard naar €185 miljard in 2014 (2013: €174 miljard). Deze stijging was voornamelijk het gevolg van de waardevermeerdering van de door de ECB aangehouden externe reserves en goud, en van de toename van het aantal bankbiljetten in omloop.

De geconsolideerde balans van het Eurosysteem bedroeg eind 2014 €2.208 miljard, vergeleken met €2.273 miljard in 2013. De totale verplichtingen daalden, voornamelijk ten gevolge van de opschorting van de wekelijkse "fine-tuning"-transacties ter sterilisatie van de in het kader van het SMP geïnjecteerde liquiditeit, hetgeen resulteerde in een daling van de "deposito's met vaste looptijd". De totale activa daalden, voornamelijk ten gevolge van vroegtijdige terugbetalingen door tegenpartijen van de bedragen die hen in het kader van de twee driejaars langerlopende herfinancieringstransacties waren toegewezen.

De door het Eurosysteem voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden waardepapieren daalden met €19 miljard naar €217 miljard (2013: €236 miljard). De in het kader van het SMP aangehouden waardepapieren daalden met €34,5 miljard ten gevolge van afbetalingen. Deze daling werd gedeeltelijk gecompenseerd door in het kader van het derde aankoopprogramma voor gedekte obligaties en het aankoopprogramma voor effecten op onderpand van activa (dat eind 2014 van start ging) aangekochte waardepapieren, die per jaareinde €31,3 miljard bedroegen.

Het Managementverslag, dat in eerdere jaren samen met het Jaarverslag van de ECB werd gepubliceerd, is een integrerend onderdeel van de jaarlijkse financiële verslaglegging door de ECB en verschaft contextuele informatie die de lezer in staat stelt beter inzicht te krijgen in de werkzaamheden van de ECB, haar operationele kader en de invloed van de transacties van de ECB op haar jaarstukken. Dit jaar is het Managementverslag verbeterd doordat daarin nu ook informatie wordt opgenomen die van rechtstreeks belang is voor de jaarstukken van de ECB.

De media kunnen met hun vragen terecht bij Rocío González, tel. +49 69 1344 6451.

Toelichting

  1. Grondslagen voor de opstelling van de Jaarrekening van de ECB en het Eurosysteem: De gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [2] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Gezien de grote wisselkoersrisico's waaraan de meeste centrale banken van het Eurosysteem blootstaan, wordt de nadruk gelegd op het voorzichtigheidsbeginsel. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de bepaling van inkomsten, en in het verbod op saldering van ongerealiseerde verliezen op een activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen. Ongerealiseerde verliezen die de daaraan gerelateerde herwaarderingsrekeningssaldi te boven gaan, worden behandeld als kosten per jaareinde. Verliezen uit bijzondere waardevermindering worden in hun geheel in de winst- en verliesrekening opgenomen. Van alle nationale centrale banken van het eurogebied wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, welke transacties worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten "Weekstaat") en de jaarlijkse geconsolideerde balans van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarstukken vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. In 2014 heeft de Raad van Bestuur besloten de financieel-administratieve behandeling van momenteel voor monetairbeleidsdoeleinden aangehouden waardepapieren te veranderen. Deze waardepapieren worden nu verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs behoudens bijzondere waardevermindering, ongeacht het doeleinde waarvoor zij worden aangehouden. Deze verandering had geen invloed op het financiële resultaat over 2014.
  3. Verhandelbare waardepapieren anders dan die welke voor monetairbeleidsdoeleinden worden aangehouden, worden geherwaardeerd tegen marktprijs, tenzij deze worden geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum. De tot vervaldatum aangehouden waardepapieren worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs behoudens bijzondere waardevermindering.
  4. Goud en alle overige in de balans opgenomen en niet in de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta, worden in euro omgerekend tegen de op de balansdatum geldende marktkoers.
  5. Kosten in verband met bankentoezicht: Overeenkomstig de GTM-Verordening, [3] brengt de ECB een jaarlijkse vergoeding voor toezicht in rekening bij de onder toezicht staande kredietinstellingen. Deze vergoedingen zullen de uitgaven die door de ECB zijn gedaan in verband met haar toezichtstaken dekken, maar mogen deze niet te boven gaan. De door de ECB gedane uitgaven zullen worden verhaald met ingang van het tijdstip dat zij de operationele verantwoordelijkheid voor het toezicht, d.w.z. november 2014, op zich nam. De bedragen die nodig zijn als dekking van de in november en december 2014 gedane uitgaven worden in de winst- en verliesrekening voor 2014 van de ECB, als overlopende post, opgenomen als inkomsten uit vergoedingen, maar zullen in 2015 worden gefactureerd.
  6. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: Iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente bij de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent.
  7. Verdeling van winst/dekking van verliezen: Krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag tot 20% van de netto winst over een jaar worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, met een maximum van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende netto winst wordt naar rato van hun gestorte aandelen in het kapitaal van de ECB onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld. In het geval van een door de ECB gemaakt verlies, kan het tekort worden gecompenseerd uit (a) de algemene risicovoorziening en het algemene reservefonds van de ECB, en (b) de monetaire inkomsten over het desbetreffende boekjaar, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur. Een eventueel resterend netto verlies, tenslotte, kan worden opgenomen in de balans als een voorwaarts gecompenseerd verlies dat kan worden gecompenseerd uit eventuele netto inkomsten die in daaropvolgende jaren worden ontvangen.
  8. In het kader van het SMP door het Eurosysteem aangehouden waardepapieren: De tabel hieronder toont een uitsplitsing naar emittent van de uitstaande bedragen van de door het Eurosysteem in het kader van het SMP aangehouden waardepapieren per 31 december 2014.
Land emittent Nominaal bedrag (EUR miljard) Boekwaarde[1] (EUR miljard) Gemiddelde resterende looptijd (jaar)
Ierland 9,7 9,3 4,3
Griekenland 19,8 18,1 3,5
Spanje 28,9 28,6 3,8
Italië 76,2 73,9 3,8
Portugal 14,9 14,3 3,3
Totaal[2] 149,4 144,3 3,7

[1] Aanhoudingen in het kader van het SMP worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs.

[2] Totalen kunnen door afronding enigszins verschillen.



[1]Vanaf 2015 worden het Managementverslag van de ECB en de Geconsolideerde Balans van het Eurosysteem samen met de Jaarrekening van de ECB gepubliceerd. De geconsolideerde balans van het Eurosysteem is gebaseerd op voorlopige, niet accountant-gecontroleerde gegevens. De jaarrekeningen van alle nationale centrale banken zullen eind mei 2015 afgerond zijn en de definitieve geconsolideerde jaarbalans van het Eurosysteem zal dan daarna worden gepubliceerd.

[2]De gedetailleerde grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening van de ECB zijn neergelegd in Besluit ECB/2010/21 van 11 november 2010, PB L 35 van 9.2.2011, blz. 1, zoals gewijzigd.

[3]Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 63).

Contactpersonen voor de media