PERSBERICHT

Jaarrekening van de Europese Centrale Bank voor het jaar 2012

21 februari 2013

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2012.

De ECB realiseerde in 2012 een overschot van €2.164 miljoen in 2012, vergeleken met een overschot van €1.894 miljoen in 2011. De Raad van Bestuur heeft besloten per 31 december 2012 een bedrag van €1.166 miljoen over te dragen naar de risicovoorziening, waardoor deze het niveau van haar huidige plafond van €7.529 miljoen heeft bereikt. Het doel van de risicovoorziening is de wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s, die voortdurend worden bewaakt, te dekken. Jaarlijks wordt bezien hoe groot de voorziening moet zijn en of ze moet worden voortgezet.

Als gevolg van de overdracht naar de risicovoorziening bedroeg de netto winst van de ECB voor 2012 €998 miljoen (2011: €728 miljoen). Overeenkomstig een besluit daartoe van de Raad van Bestuur is op 31 januari 2013 een tussentijdse winstverdeling ten bedrage van €575 miljoen uitgekeerd aan de nationale centrale banken van het eurogebied. De Raad van Bestuur heeft tijdens zijn vergadering van vandaag besloten op 25 februari 2013 de resterende €423 miljoen onder de nationale centrale banken van het eurogebied te verdelen.

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op haar externereservesportefeuille en haar eigenmiddelenportefeuille, uit rentebaten uit haar aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop, en uit de netto rentebaten op de waardepapieren die in het kader van het Programma voor de effectenmarkten (“Securities Markets Programme“) en de twee aankoopprogramma’s van gedekte obligaties voor monetairbeleidsdoeleinden zijn aangekocht.

De netto rentebaten bedroegen in 2012 €2.289 miljoen (2011: €1.999 miljoen). Hieronder vielen rentebaten van €633 miljoen uit het aandeel van de ECB in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop (2011: €856 miljoen) en netto rentebaten van €1.108 miljoen (2011: €1.003 miljoen) uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren, waarvan €555 miljoen (2011: €654 miljoen) uit de door de ECB in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangehouden Griekse overheidsobligaties. De netto rentebaten omvatten tevens netto rentebaten van €209 miljoen (2011: €166 miljoen) uit in het kader van de twee aankoopprogramma’s van gedekte obligaties aangekochte waardepapieren. De ECB heeft een rentevergoeding van €307 miljoen (2011: €434 miljoen) uitgekeerd aan de nationale centrale banken op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves, terwijl de rentebaten uit de externe reserves €229 miljoen (2011: €290 miljoen) bedroegen.

De gerealiseerde winsten uit financiële transacties bedroegen €319 miljoen (2011: €472 miljoen). In tegenstelling tot wat het geval was in 2011, toen in de context van de deelname van de ECB aan de gecoördineerde internationale interventie in de valutamarkten Japanse yen werden verkocht, waren de gerealiseerde wisselkoerswinsten in 2012 gering.

De afwaarderingen bedroegen in 2012 €4 miljoen (2011: €157 miljoen). De afname van de afwaarderingen in 2012 was voornamelijk het gevolg van de algehele stijging van de marktwaarden van de in de eigenmiddelenportefeuille van de ECB aangehouden waardepapieren.

De beheerkosten van de ECB bestaan uit personeelskosten en alle andere beheeruitgaven. De personeelskosten stegen in 2012 marginaal, naar €219 miljoen (2011: €216 miljoen). Overige beheerkosten, bestaande uit huur, honoraria van professionals en overige goederen en diensten, bedroegen in 2012 €242 miljoen (2011: €226 miljoen) en omvatten afschrijvingslasten op vaste activa ten belope van €13 miljoen. Het overgrote deel van de kosten in verband met de bouw van het nieuwe hoofdkantoor van de ECB zijn niet onder deze post opgenomen maar zijn gekapitaliseerd onder de post “Activa in aanbouw”, die onderdeel vormt van “Materiële en immateriële vaste activa”. “Activa in aanbouw” steeg in 2012 met €191 miljoen naar €530 miljoen.

De Jaarrekening zal, samen met een managementverslag voor het jaar 2012, op 24 april 2013 worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB.

Toelichting voor redacties

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de Jaarrekening: de gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgesteld voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [1] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Zij omvatten de marktwaardering van verhandelbare waardepapieren anders dan die welke zijn geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum, van goud en van alle andere zowel op de balans als niet op de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta. Verhandelbare waardepapieren die zijn geclassificeerd als aangehouden tot vervaldatum worden gewaardeerd tegen kostprijs behoudens bijzondere waardevermindering. Daarnaast zijn zij vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel, gezien de grote wisselkoersrisico's waaraan de meeste centrale banken van het Eurosysteem blootstaan. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op een activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen. Ongerealiseerde verliezen die de desbetreffende herwaarderingsrekeningssaldi overschrijden, worden aan het einde van het jaar als kosten behandeld. Afwaarderingsverliezen worden in hun geheel op de winst- en verliesrekening opgenomen. Van alle nationale centrale banken van het eurogebied wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”) van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent.
  3. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en van de netto inkomsten van de ECB uit de in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren: de Raad van Bestuur heeft besloten dat deze inkomsten aan de nationale centrale banken van het eurogebied verschuldigd zijn in het boekjaar waarin zij worden opgebouwd. Tenzij anders besloten door de Raad van Bestuur, worden deze inkomsten op de laatste werkdag van januari van het daaropvolgende jaar door de ECB verdeeld. [2] Beide bedragen worden in hun geheel verdeeld, tenzij de Raad van Bestuur, op basis van een onderbouwde schatting, verwacht dat de netto winst van de ECB voor het jaar minder zal zijn dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten en de netto inkomsten uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren, en tenzij de Raad van Bestuur vóór het einde van het boekjaar besluit deze inkomsten geheel of gedeeltelijk naar de voorziening tegen wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s over te dragen.
  4. Verdeling van winst/toedeling van verliezen: krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag tot 20% van de netto winst over een jaar worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, tot een maximum van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende netto winst wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld naar rato van hun gestorte aandelen. In geval van een verlies van de ECB kan het tekort worden gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, na een besluit daartoe van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten van het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig Artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB aan de nationale centrale banken van het eurogebied zijn toegedeeld.


[1]In Besluit ECB/2010/21 van 11 november 2010, PB L 35 van 9.2.2011, blz. 1, zoals gewijzigd, zijn de gedetailleerde grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening van de ECB opgenomen.

[2]Besluit ECB/2010/24 van 25 november 2010 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (herschikking), PB L 6 van 11.1.2011, blz. 35, zoals gewijzigd.

Publications

Contactpersonen voor de media