PERSBERICHT

Jaarrekening van de Europese Centrale Bank voor het jaar 2010

3 maart 2011

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft vandaag zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde Jaarrekening van de ECB voor het jaar 2010.

De ECB realiseerde in 2010 een overschot van €1.334 miljoen, vergeleken met een overschot van €2.218 miljoen in 2009. [1] Factoren die bijdroegen aan het lagere overschot in 2010 waren lagere netto rentebaten als gevolg van lagere rentetarieven, zowel op de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem als op de in Amerikaanse dollar luidende externe reserves, en het feit dat in 2010 geen goudverkopen plaatsvonden.

De Raad van Bestuur heeft besloten per 31 december 2010 een bedrag van €1.163 miljoen over te dragen naar de risicovoorziening, waardoor de voorziening het niveau van haar huidige plafond van €5.184 miljoen heeft bereikt. Dientengevolge komt de gerapporteerde netto winst van de ECB voor 2010 uit op €171 miljoen. Tijdens zijn vergadering van vandaag heeft de Raad van Bestuur besloten dit bedrag in zijn geheel onder de nationale centrale banken van het eurogebied te verdelen.

Het doel van de risicovoorziening is wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s te dekken. Jaarlijks wordt bezien hoe groot de voorziening moet zijn en of ze moet worden voortgezet.

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op haar externe reserves en haar eigenmiddelenportefeuille, uit rentebaten uit haar aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop, en uit de netto rentebaten op de voor monetairbeleidsdoeleinden in het kader van het programma voor de aankoop van gedekte obligaties (vanaf juli 2009) en het Programma voor de effectenmarkten (“Securities Markets Programme”) (vanaf mei 2010) aangekochte waardepapieren.

De netto rentebaten bedroegen in 2010 €1.422 miljoen (2009: €1.547 miljoen). Hieronder vielen rentebaten van €654 miljoen uit het aandeel van de ECB in de eurobankbiljetten in omloop (2009: €787 miljoen), netto rentebaten van €140 miljoen (2009: €18 miljoen) uit in het kader van het programma voor de aankoop van gedekte obligaties aangekochte waardepapieren, en netto rentebaten van €438 miljoen uit de in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren.

De ECB heeft de nationale centrale banken op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves een rentevergoeding van €346 miljoen uitgekeerd (2009: €443 miljoen), terwijl de rentebaten uit de externe reserves €366 miljoen bedroegen (2009: €700 miljoen). De gerealiseerde winsten uit financiële transacties daalden van €1.103 miljoen (in 2009) naar €474 miljoen, aangezien in 2010 geen goudverkopen plaatsvonden. Afwaarderingen van €195 miljoen in 2010 kwamen voornamelijk voort uit ongerealiseerde verliezen op verhandelbare waardepapieren anders dan die welke werden aangehouden voor monetairbeleidsdoeleinden, vergeleken met afwaarderingen van €38 miljoen in 2009.

De beheerkosten van de ECB ter zake van personeel, huur, honoraria van professionals en overige goederen en diensten bedroegen in 2010 €415 miljoen (met inbegrip van afschrijvingskosten op vaste activa ten bedrage van €14 miljoen), vergeleken met €401 miljoen in 2009.

De Jaarrekening zal, samen met een managementverslag voor het jaar 2010, op 19 april 2011 worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB.

Toelichting voor redacties

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de Jaarrekening: de gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgelegd voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank (Statuten van het ESCB), en zijn gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie. [2] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van de centrale banken van het Eurosysteem in acht nemen. Zij omvatten de marktwaardering van verhandelbare waardepapieren anders dan die welke zijn geclassificeerd als vastgehouden tot vervaldatum, van goud en van alle andere zowel op de balans als niet op de balans opgenomen activa en passiva luidende in vreemde valuta. Verhandelbare waardepapieren die zijn geclassificeerd als vastgehouden tot vervaldatum worden gewaardeerd tegen kostprijs behoudens bijzondere waardevermindering. Daarnaast zijn zij vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel, gezien de grote wisselkoersrisico's voor de meeste van de centrale banken van het Eurosysteem. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op een activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Ongerealiseerde winsten worden rechtstreeks overgedragen naar herwaarderingsrekeningen, terwijl ongerealiseerde verliezen aan het einde van het jaar die de desbetreffende herwaarderingsrekeningssaldi overschrijden als kosten worden behandeld. Van alle nationale centrale banken van het eurogebied wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”) van het Eurosysteem. Bovendien passen alle nationale centrale banken bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: iedere nationale centrale bank verkrijgt bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB bij toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdraagt. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro luiden en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste beschikbare marginale rente voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent.
  3. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop en van de netto inkomsten van de ECB uit de in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren: de Raad van Bestuur heeft besloten dat deze inkomsten aan de nationale centrale banken van het eurogebied verschuldigd zijn in het boekjaar waarin zij worden opgebouwd. De inkomsten uit de eurobankbiljetten in omloop worden verdeeld op de tweede werkdag van het daaropvolgende jaar, terwijl de inkomsten uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren worden verdeeld op de laatste werkdag in januari van het volgende jaar. [3] Beide bedragen worden in hun geheel verdeeld, tenzij de netto winst van de ECB voor het jaar minder is dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten en de netto inkomsten uit in het kader van het Programma voor de effectenmarkten aangekochte waardepapieren, en afhankelijk van een beslissing van de Raad van Bestuur vóór het einde van het boekjaar deze inkomsten geheel of gedeeltelijk naar de voorziening tegen wisselkoers-, rente-, krediet- en goudprijsrisico’s over te dragen.
  4. Verdeling van winst/toedeling van verliezen: krachtens Artikel 33 van de Statuten van het ESCB mag tot 20% van de netto winst over een jaar worden overgedragen naar het algemeen reservefonds, tot een maximum van 100% van het kapitaal van de ECB. De resterende netto winst wordt onder de nationale centrale banken van het eurogebied verdeeld naar rato van hun gestorte aandelen. In geval van een verlies van de ECB kan het tekort worden gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, bij besluit van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten van het betrokken boekjaar, naar rato en ten belope van de bedragen die overeenkomstig Artikel 32.5 van de Statuten van het ESCB aan de nationale centrale banken van het eurogebied zijn toegedeeld.


[1] Na een technische aanpassing per 31 december 2009 is een bedrag van €35 miljoen vrijgemaakt uit de risicovoorziening van de ECB. Het gerapporteerde netto resultaat voor 2009 is daarmee licht verhoogd tot €2.253 miljoen.

[2]Besluit ECB/2006/17 van 10 november 2006, PB L 348 van 11.12.2006, blz. 38, zoals gewijzigd, waarin de gedetailleerde grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening van de ECB waren neergelegd, is ingetrokken en met ingang van 31 december 2010 vervangen door Besluit ECB/2010/21 van 11 november 2010, PB L 35 van 9.2.2011, blz. 1.

[3]Besluit ECB/2010/24 van 25 november 2010 inzake de tussentijdse verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten en uit waardepapieren die zijn aangekocht uit hoofde van het programma voor de effectenmarkten (herschikking), PB L 6 van 11.1.2011, blz. 35.

Publications

Contactpersonen voor de media