PERSBERICHT

Onderpandskader van het Eurosysteem: opname van niet-verhandelbare activa op de Enkelvoudige Lijst

22 juli 2005

In 2004 heeft de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) zijn goedkeuring gehecht aan de geleidelijke invoering van een Enkelvoudige Lijst in het onderpandskader van het Eurosysteem teneinde het huidige op twee lijsten gebaseerde systeem van beleenbaar onderpand te vervangen (zie het persbericht van 10 mei 2004).

Als eerste stap besloot de Raad van Bestuur een nieuwe categorie van voorheen niet-beleenbare activa (namelijk in euro luidende schuldbewijzen die zijn uitgegeven door entiteiten die zijn gevestigd in die landen van de Groep van Tien (G10) die geen deel uitmaken van de Europese Economische Ruimte (EER)) in het onderpandskader van het Eurosysteem op te nemen. Na afronding van voorbereidende werkzaamheden werden op 1 juli 2005 een aantal schuldbewijzen die zijn uitgegeven door entiteiten die zijn gevestigd in die landen van de G10 die geen deel uitmaken van de EER toegevoegd aan de lijst met beleenbare activa die op de website van ECB wordt gepubliceerd. Daarnaast heeft de Raad van Bestuur tevens de lijst met niet-gereguleerde markten die voor transacties met beleenbare activa in aanmerking komen, herzien (zie tevens het persbericht van 30 mei 2005).

Als tweede stap heeft de Raad van Bestuur het kader goedgekeurd voor het opnemen van niet-verhandelbare activa uit alle landen van het eurogebied in de Enkelvoudige Lijst van beleenbaar onderpand. Dit kader zal van toepassing zijn op bankleningen en op niet-verhandelbare retail-schuldbewijzen met hypothecair onderpand (zie tevens het persbericht van 5 augustus 2004). De hoofdkenmerken van het kader worden hieronder beschreven.

Te zijner tijd zal een gedetailleerde beschrijving beschikbaar komen van de beleenbaarheidscriteria die op niet-verhandelbare activa van toepassing zullen zijn, samen met een herziene versie van “De uitvoering van het monetaire beleid in het eurogebied: De Algemene Documentatie inzake de monetaire-beleidsinstrumenten en –procedures van het Eurosysteem” (bekend als de “Algemene Documentatie”).

Bankleningen

Volgens de op 18 februari 2005 door de Raad van Bestuur gepubliceerde beslissing (zie de “Overige door de Raad van Bestuur genomen beslissingen” van die datum), zal het opnemen van bankleningen in de Enkelvoudige Lijst plaatsvinden op basis van het volgende tijdpad:

  • Bankleningen zullen vanaf 1 januari 2007 in alle landen van het eurogebied als onderpand beleenbaar zijn voor krediettransacties van het Eurosysteem, wanneer gemeenschappelijke beleenbaarheidscriteria en het kredietbeoordelingskader van het Eurosysteem (“Eurosystem credit assessment framework”, ofwel “ECAF”) zullen worden geïmplementeerd.
  • Tussen 1 januari 2007 en 31 december 2011 geldt een interimregeling, waarbij iedere nationale centrale bank van het Eurosysteem de mogelijkheid heeft de minimumdrempel voor de omvang van voor onderpandsdoeleinden in aanmerking komende leningen te kiezen en te bepalen of er al dan niet administratiekosten in rekening dienen te worden gebracht.
  • Vanaf 1 januari 2012 zal een gemeenschappelijke regeling gelden voor het gebruik van bankleningen als onderpand, met een gemeenschappelijke minimumdrempel van €500.000.

Beleenbaarheidscriteria

Vanaf 1 januari 2007 zullen de volgende beleenbaarheidscriteria van toepassing zijn:

Beleenbare lening: Dit is een schuldverplichting van een in aanmerking komende debiteur (zie hieronder) aan tegenpartijen van het Eurosysteem die voldoet aan alle hieronder gedefinieerde beleenbaarheidscriteria. De beleenbaarheidscriteria voor bankleningen zullen tevens gelden voor syndicaatsleningen. Bankleningen die een “teruglopend saldo” hebben (d.w.z. waarbij de hoofdsom en de rente worden afbetaald volgens een vooraf overeengekomen schema), zijn eveneens beleenbaar. Onbenutte kredietfaciliteiten (bijv. onbenutte faciliteiten van een doorlopend krediet), rekening-courantkredieten en kredietbrieven (die machtigen tot het gebruik van kredietfaciliteiten maar die niet als zodanig als bankleningen kunnen worden aangemerkt) zijn niet beleenbaar. Bankleningen die rechten geven op de hoofdsom en/of de rente die ondergeschikt zijn aan de rechten van houders van andere bankleningen of schuldbewijzen van dezelfde emittent, zijn eveneens niet beleenbaar.[1]

In aanmerking komende debiteuren: Dit zijn niet-financiële vennootschappen en de overheid.[2] Garanten en in aanmerking komende waarborgen zullen zijn onderworpen aan de regeling die van toepassing is op beleenbare verhandelbare schuldbewijzen.[3]

Minimumomvang van leningen: Van 2007 tot 2012 zal iedere nationale centrale bank een minimumomvang naar eigen keuze hanteren. Vanaf 2012 zal een gemeenschappelijke minimumdrempel van €500.000 worden ingevoerd.

Kredietwaardigheid van de debiteur: Debiteuren dienen financieel solide te zijn om voor beleningstransacties in aanmerking te komen. De financiële soliditeit zal middels het ECAF (zie paragraaf 1.3 hieronder) worden beoordeeld.

Valuta waarin bankleningen luiden: Uitsluitend in euro luidende bankleningen zullen beleenbaar zijn.

Maximum en minimum looptijd: Geen.[4]

Wetgeving van toepassing op de leenovereenkomst: Op de leenovereenkomst dient de wetgeving van een land van het eurogebied van toepassing te zijn.

Vestigingsplaats van de debiteur/garant: De debiteur/garant dient in een land van het eurogebied te zijn gevestigd.

Aanvullende juridische vereisten

In de afzonderlijke landen van het eurogebied is sprake van verschillende juridische vereisten waaraan moet worden voldaan teneinde er voor te zorgen dat een geldig pandrecht op de bankleningen wordt gevestigd en dat de leningen snel te gelde kunnen worden gemaakt in het geval de tegenpartij in gebreke blijft. Dergelijke juridische vereisten hebben betrekking op het in kennis stellen van de debiteur, het bankgeheim, en de mobilisatie en het te gelde maken van leningen. Aangezien deze zaken in de verschillende nationale rechtssystemen niet op uniforme wijze zijn geregeld, kunnen de juridische vereisten en hoe daaraan wordt voldaan van land tot land verschillen.

Kredietbeoordelingskader van het Eurosysteem (ECAF)

Het ECAF omvat het corpus van technieken en regels die ten grondslag liggen aan de Eurosysteem-vereiste van “hoge kredietmaatstaven” voor beleenbaar onderpand. Het ECAF maakt gebruik van vier bronnen voor kredietkwaliteitsbeoordeling, te weten externe kredietbeoordelingsinstellingen, de interne kredietbeoordelingssystemen van nationale centrale banken[5], de op ratings berustende interne systemen van tegenpartijen, en door derden geleverde rating-instrumenten die worden beheerd door goedgekeurde derdenbeheerders. Er zal geen rangschikking plaatsvinden tussen deze bronnen voor kredietkwaliteitsbeoordeling.

Alle bronnen voor kredietkwaliteitsbeoordeling dienen aan een bronafhankelijke reeks geschiktheidscriteria te voldoen ter waarborging van de beginselen van accuratesse, consistentie en vergelijkbaarheid tussen de vier gebruikte bronnen en binnen elke bron afzonderlijk. Het Eurosysteem zal de prestaties van de verschillende bronnen afmeten aan een maatstaf teneinde te waarborgen dat beleenbaar onderpand aan de minimum kredietwaardigheidsnormen voldoet.

Het Eurosysteem zal te zijner tijd een kredietkwaliteitsdrempel voor in aanmerking komende debiteuren bekend maken evenals geschiktheidsregels voor garanten van niet-verhandelbare activa, alsmede de prestatiemaatstaf aan de hand waarvan de bronnen voor kredietkwaliteitsbeoordeling zullen worden gecontroleerd. Het Eurosysteem zal tevens te zijner tijd de lijst met geschikte externe kredietbeoordelingsinstellingen bekend maken, alsmede de door derden geleverde in aanmerking komende rating-instrumenten en hun beheerders.

Elke tegenpartij zal dienen aan te geven van welke van de vier beschikbare bronnen voor kredietkwaliteitsbeoordeling zij gebruik zal maken als belangrijkste instrument voor het beoordelen van de debiteuren/garanten van bankleningen die als onderpand worden aangeboden. Vervolgens zal zij dit kredietkwaliteitsbeoordelingssysteem gedurende een vooraf vastgestelde periode dienen te blijven gebruiken (bijv. één jaar). De lijst met in aanmerking komende debiteuren/garanten die door een tegenpartij wordt ingediend, zal strikt vertrouwelijke informatie blijven die uitsluitend bij het Eurosysteem en de betreffende tegenpartij bekend is.

De reeks technieken en regels die in het ECAF zijn voorzien voor bankleningen, zullen tevens van toepassing zijn op niet aan ratings onderworpen verhandelbare activa.

Procedures

De procedures voor het gebruik van bankleningen als onderpand zullen worden geïmplementeerd op basis van de nationale wettelijke en operationele randvoorwaarden en van het verwachte volume van in aanmerking komende leningen die de tegenpartijen zullen gebruiken.

Vanaf de start van de interimperiode zal elke nationale centrale bank nationale oplossingen implementeren die voldoen aan de minimum gemeenschappelijke dienstverleningseisen die een minimum niveau van dienstverlening van het Eurosysteem bij de overdracht van bankleningen waarborgen. Het correspondentenmodel voor centrale banken zal tegenpartijen in staat stellen bankleningen grensoverschrijdend te gebruiken.

Niet-verhandelbare retail-schuldbewijzen met hypothecair onderpand

Niet-verhandelbare retail-schuldbewijzen met hypothecair onderpand zijn activa die niet volledig geëffectiseerd zijn. Deze categorie activa zal in eerste instantie alleen Ierse leningen met hypothecair onderpand omvatten. Dit is het gevolg van het specifieke Ierse wettelijke regime voor dergelijke activa, dat niet gemakkelijk kan worden overgenomen in andere landen van het eurogebied. Voorlopig ziet het Eurosysteem geen noodzaak deze categorie in Ierland gebruikte activa uit te breiden naar alle landen van het eurogebied, aangezien leningen met woninghypotheken als onderpand reeds in veel landen in geëffectiseerde vorm als onderpand beleenbaar zijn, hetzij als effecten met woninghypotheken als onderpand of in de vorm van instrumenten van het Pfandbrief-type.



[1] Dit is vergelijkbaar met de specificaties voor de huidige Lijst Een (zie de Algemene Documentatie, Hoofdstuk 6, voetnoot 3).

[2] Gebruik makend van de uitsplitsing naar sector uit het ESR 95 (Europees Stelsel van Rekeningen 1995), zijn de volgende categorieën van in aanmerking komende debiteuren te onderscheiden: centrale overheid, deelstaatoverheid, lagere overheid, en niet-financiële vennootschappen. Supranationale en internationale instellingen vormen eveneens in aanmerking komende debiteuren.

[3] Zie Hoofdstuk 6 van de Algemene Documentatie.

[4] Zoals thans het geval is (zie Hoofdstuk 6.2 van de Algemene Documentatie), kunnen nationale centrale banken besluiten bankleningen die vervallen vóór de vervaldatum van de monetaire-beleidstransactie waarvoor zij als onderliggende activa worden gebruikt, niet te accepteren.

[5] Deze optie is alleen voorhanden in Duitsland, Spanje, Frankrijk en Oostenrijk.

Contactpersonen voor de media