PERSBERICHT

Jaarrekening van de Europese Centrale Bank voor het jaar 2004

14 maart 2005

De Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft op 11 maart 2005 zijn goedkeuring gehecht aan de door de accountants gecontroleerde jaarrekening van de ECB voor het jaar 2004.

De ECB heeft in 2004 een netto verlies geleden van € 1.636 miljoen, vergeleken met een netto verlies van € 477 miljoen in 2003. Dit verlies was wederom voornamelijk het gevolg van het beloop van de wisselkoersen, dat een negatieve invloed had op de in euro uitgedrukte waarde van de door de Bank aangehouden activa luidende in vreemde valuta’s, voornamelijk de Amerikaanse dollar.

De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de jaarrekening zijn met name gebaseerd op het beginsel van voorzichtigheid. Dienovereenkomstig worden ongerealiseerde verliezen op wisselkoers- en marktprijsherwaarderingen van de door de ECB aangehouden deviezen en goud beschouwd als gerealiseerde verliezen en in de winst- en verliesrekening per de jaarultimo opgenomen. Ongerealiseerde winsten uit de wisselkoers- en marktprijsherwaarderingen van de door de ECB aangehouden deviezen en goud worden echter niet beschouwd als winst, maar worden direct naar herwaarderingsrekeningen overgedragen. In 2004 resulteerde de appreciatie van de euro in netto verliezen op de wisselkoersherwaarderingen ten bedrage van bijna € 2,1 miljard.

De reguliere inkomsten van de ECB komen voornamelijk voort uit beleggingsbaten op de door haar aangehouden externe reserves en haar volgestorte kapitaal van € 4,1 miljard en uit rentebaten op haar aandeel van 8% in de totale waarde van de eurobankbiljetten in omloop. De rentebaten in 2004 werden wederom negatief beïnvloed door de lage rente op zowel binnenlandse activa als op deviezen. In totaal heeft de ECB uit alle bronnen netto rentebaten verdiend van € 690 miljoen, vergeleken met

€ 715 miljoen in 2003. Los van de rentebaten van € 733 miljoen verdiend op haar deel van de bankbiljetten in omloop, bedroegen de netto rentelasten € 43 miljoen, vergeleken met netto baten van € 17 miljoen in 2003. De ECB heeft aan de nationale centrale banken een rentevergoeding uitgekeerd van € 693 miljoen op hun vorderingen uit hoofde van de door hen aan de ECB overgedragen externe reserves.

De beheeruitgaven van de ECB ter zake van salarissen en aanverwante kosten, huur, en goederen en diensten bedroegen € 340 miljoen (€ 286 miljoen in 2003). De belangrijkste factor die aan deze stijging ten grondslag ligt was een voorziening tegen een stijging van de verplichtingen van de ECB uit hoofde van haar pensioenfonds, berekend op actuariële basis. De afschrijvingen op vaste activa bedroegen

€ 34 miljoen. Eind 2004 bedroeg het aantal personeelsleden van de ECB 1.309 (waarvan 131 in bestuursfuncties), vergeleken met 1.213 een jaar eerder.

Op 11 maart 2005, heeft de Raad van Bestuur besloten het netto verlies van de ECB van

€ 1.636 miljoen te dekken uit, ten eerste, haar gehele algemene reservefonds van € 296 miljoen en het resterende verlies van € 1.340 miljoen uit, ten tweede, de aan de nationale centrale banken voor het boekjaar 2004 toebedeelde monetaire inkomsten naar rato van de bedragen die aan elke nationale centrale bank zijn toebedeeld.

De jaarrekening zal op 26 april 2005 samen met een managementverslag voor het jaar 2004 worden gepubliceerd in het Jaarverslag van de ECB.

Toelichting voor de redactie

  1. De door de ECB gehanteerde regels voor de opstelling van de jaarrekening: De gemeenschappelijke grondslagen voor waardering en resultaatbepaling zijn door de Raad van Bestuur vastgelegd voor het Eurosysteem, waaronder de ECB, overeenkomstig Artikel 26.4 van de Statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank.[1] Hoewel deze in algemene zin gebaseerd zijn op internationaal geaccepteerde financieel-administratieve praktijken, zijn deze grondslagen zo opgesteld dat zij in het bijzonder de unieke omstandigheden van centrale banken in acht nemen, en zijn deze vooral gericht op het voorzichtigheidsbeginsel gezien de deviezenrisico’s voor centrale banken. Deze voorzichtigheidsbenadering komt met name tot uiting in de verschillende behandeling van ongerealiseerde winsten en ongerealiseerde verliezen ten behoeve van de resultaatbepaling, en in het verbod van saldering van ongerealiseerde verliezen op het ene activum tegen ongerealiseerde winsten op een ander. Van alle nationale centrale banken wordt vereist dat zij deze grondslagen in acht nemen bij de verslaglegging over hun transacties als onderdeel van het Eurosysteem, die worden opgenomen in het wekelijkse geconsolideerde financiële overzicht (de zogeheten “Weekstaat”). Alle nationale centrale banken passen bij het opstellen van hun eigen jaarrekening vrijwillig globaal dezelfde grondslagen toe als de ECB.
  2. Rentevergoeding op aan de ECB overgedragen externe reserves: Iedere nationale centrale bank heeft bij haar overdracht van externe reserves aan de ECB ten tijde van haar toetreding tot het Eurosysteem een rentedragende vordering op de ECB verkregen voor de waarde van het bedrag dat zij daarbij overdroeg. De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze vorderingen in euro dienen te luiden, en dat de rentevergoeding erover op dagbasis zal plaatsvinden tegen de laatste rentevoet voor de basisherfinancieringstransacties van het Eurosysteem, met een correctie vanwege het rendement van nul op de goudcomponent. In 2004 heeft deze rentevergoeding geresulteerd in rentelasten van rond € 693 miljoen, vergeleken met netto rentebaten van € 422 miljoen op de externe reserves.
  3. Verdeling van de inkomsten van de ECB uit de eurobankbiljetten in omloop: De Raad van Bestuur heeft besloten dat deze inkomsten apart zullen worden verdeeld onder de nationale centrale banken in de vorm van een tussentijdse verdeling van inkomsten na het eind van elk kwartaal.[2] Deze inkomsten worden in hun geheel verdeeld tenzij de netto winst van de ECB voor het jaar minder is dan haar inkomsten uit de in omloop zijnde bankbiljetten, en afhankelijk van een besluit van de Raad van Bestuur om deze inkomsten te verminderen met de door de ECB gemaakte kosten in verband met de uitgifte en verwerking van eurobankbiljetten. Op basis van het geschatte financiële resultaat van de ECB voor het jaar 2004, heeft de Raad van Bestuur in december 2004 besloten:a) de drie gedurende het jaar reeds aan de nationale centrale banken uitbetaalde tussentijdse driemaandelijkse verdelingen ten bedrage van in totaal € 536 miljoen, terug te vorderen, enb) de laatste driemaandelijkse tussentijdse verdeling van € 197 miljoen achterwege te laten.
  4. Toedeling van verliezen: Krachtens Artikel 33.2 van de Statuten van het ESCB, dient een door de ECB geleden verlies in deze volgorde te worden gedekt: Het verlies kan worden gedekt uit het algemeen reservefonds van de ECB en, indien nodig, bij besluit van de Raad van Bestuur, uit de monetaire inkomsten voor het betreffende boekjaar. Indien de monetaire inkomsten worden gebruikt om een verlies te dekken, worden de aan de nationale centrale banken voor het boekjaar in kwestie toebedeelde bedragen verminderd naar rato van hun weging in de kapitaalverdeelsleutel van de ECB. De Raad van Bestuur heeft tijdens zijn vergadering van 13 januari 2005 in principe besloten dat het definitieve verlies van de ECB volledig zou worden gedekt uit de monetaire inkomsten, en wel in de mate die noodzakelijk is na volledige gebruikmaking van het algemeen reservefonds. De nationale centrale banken waren dienovereenkomstig in staat passende voorzieningen te treffen in hun eigen jaarrekening voor 2004 voordat deze werden afgesloten.


[1] Besluit van de Europese Centrale Bank van 5 december 2002 betreffende de jaarrekening van de Europese Centrale Bank (ECB/2002/11), Pb L 58, 3 maart 2003, blz. 38.

[2] Besluit van de Europese Centrale Bank van 21 november 2002 inzake de verdeling van de inkomsten van de Europese Centrale Bank uit in omloop zijnde eurobankbiljetten onder de nationale centrale banken van de deelnemende lidstaten (ECB/2002/9), Pb L 323, 28 november 2002, blz. 49.

Contactpersonen voor de media