PERSBERICHT

DE RAAD VAN BESTUUR BEREIDT ZICH VOOR OP UITBREIDING

20 december 2002

Tijdens zijn vergadering van 19 december 2002 heeft de Raad van Bestuur van de Europese Centrale Bank (ECB) een unaniem besluit genomen ten aanzien van de inhoud van zijn voorstel voor de toekomstige aanpassing van zijn stemprocedures. Een dergelijke aanpassing zal noodzakelijk worden ten gevolge van toekomstige uitbreidingen van het eurogebied binnen een grotere Europese Unie (EU). Het voorstel van de Raad van Bestuur wordt gedaan overeenkomstig de "machtigingsclausule" van de ECB die is vervat in het Verdrag van Nice.

Overeenkomstig de huidige institutionele regelingen, bestaat de Raad van Bestuur uit zes leden van de Directie en maximaal 15 Presidenten van nationale centrale banken (NCB's). Teneinde te komen tot behoud van het vermogen van de Raad van Bestuur tot efficiënte en tijdige besluitvorming naarmate zijn aantal leden aanmerkelijk toeneemt, is de Raad van Bestuur overeengekomen dat het aantal NCB- Presidenten die een stemrecht uitoefenen, niet groter dient te zijn dan 15.

Wanneer het aantal NCB-Presidenten 15 overschrijdt, zullen zij een stemrecht uitoefenen op basis van een roulatiesysteem. Elk lid van de Directie van de ECB zal een permanent stemrecht behouden. Het roulatiesysteem is zo opgezet dat het waarborgt dat de NCB-Presidenten met stemrecht afkomstig zijn uit lidstaten die, samen genomen, representatief zijn voor de economie van het eurogebied als geheel. Dientengevolge zullen de NCB-Presidenten een stemrecht uitoefenen met verschillende frequenties, afhankelijk van een indicator van de relatieve grootte van de economie van hun lidstaat binnen het eurogebied. Op grond van deze indicator zullen de NCB-Presidenten worden ingedeeld in verschillende groepen. Deze indeling bepaalt hoe vaak zij een stemrecht kunnen uitoefenen. In eerste instantie zullen er twee groepen zijn. Na toetreding van de 22ste lidstaat van het eurogebied, zullen er drie groepen zijn.

Alle NCB-Presidenten zullen aan de besprekingen van de Raad van Bestuur blijven deelnemen en de vergaderingen blijven bijwonen in een persoonlijke en onafhankelijke hoedanigheid. Alle leden van de Raad van Bestuur die een stemrecht uitoefenen zullen dit doen volgens het beginsel van "één lid, één stem".

Het definitieve besluit van de Raad van Bestuur zal formeel worden vastgelegd in de vorm van een Aanbeveling van de ECB zodra het Verdrag van Nice van kracht wordt en zal worden voorgelegd aan de EU-Raad. De EU-Raad zal vervolgens, in zijn samenstelling van staatshoofden en regeringsleiders, unaniem een besluit nemen over een aanpassing van de stemprocedures in de Raad van Bestuur, op basis van de Aanbeveling van de ECB en na de mening van de Europese Commissie en het Europees Parlement daarbij in overweging te hebben genomen. De overeengekomen wijziging zal daarna worden aanbevolen aan de lidstaten voor ratificatie overeenkomstig hun respectieve constitutionele vereisten. De overeengekomen wijziging verandert niet de gewogen stemprocedure voor die aangelegenheden waarbij alle NCB-Presidenten stemmen als aandeelhouders van de ECB.

TOELICHTING VOOR DE REDACTIE

Overeenkomstig het voorstel zal het aantal NCB-Presidenten met stemrecht op geen moment groter zijn dan 15. Zodra er meer dan 15 lidstaten van het eurogebied zijn, zal een systeem van roulerend stemrecht gebaseerd op groepen van NCB-Presidenten in werking treden. Elk lid van de Directie van de ECB behoudt een permanent stemrecht.

Het overeengekomen roulatiesysteem neemt een aantal essentiële beginselen in acht die richtinggevend waren bij de besprekingen van de Raad van Bestuur.

1. "Eén lid, één stem" en ad personam-deelname

Alle leden van de Raad van Bestuur zullen de vergaderingen blijven bijwonen in een persoonlijke en onafhankelijke hoedanigheid, en het beginsel van "één lid, één stem" zal blijven gelden voor NCB-Presidenten die een stemrecht uitoefenen.

2. "Representativiteit"

Te allen tijde zullen de NCB-Presidenten die stemrecht hebben afkomstig moeten zijn uit lidstaten die, samen genomen, representatief zijn voor de economie van het eurogebied als geheel. Dientengevolge zullen de NCB-Presidenten niet met dezelfde frequentie een stemrecht kunnen uitoefenen.

NCB-Presidenten zullen derhalve in verschillende groepen worden ingedeeld. De toewijzing van NCB- Presidenten aan de groepen zal plaatsvinden aan de hand van de positie van hun respectieve lidstaat in een rangorde, welke positie is gebaseerd op hun aandeel in het eurogebied-totaal volgens een samengestelde indicator van "representativiteit". De voornaamste component van deze samengestelde indicator zal zijn het bruto binnenlands product van de lidstaat (bbp). De tweede component zal worden gevormd door de totale activa van de geaggregeerde balans van de monetaire financiële instellingen (TABS-MFI) binnen het landsgebied van de desbetreffende lidstaat, bij wijze van erkenning van het specifieke belang van de financiële sector voor besluiten op het terrein van centraal bankieren. Het relatieve gewicht van de twee componenten is 5/6 voor het bbp en 1/6 voor de TABS-MFI.

3. Robuustheid en automatisme

Het roulatiesysteem zal zo zijn opgezet dat de grootte van de groepen en de stemfrequenties van de NCB-Presidenten in de loop der tijd zullen worden aangepast ter opvanging van de toekomstige uitbreidingsstappen van het eurogebied tot 27 lidstaten, d.w.z. de huidige EU-lidstaten en de twaalf toetredingslanden die in het aan het Verdrag van Nice gehechte Protocol betreffende uitbreiding worden vermeld.

Bezien in het licht van deze vereisten, zal een roulatiesysteem met twee groepen in werking treden zodra er meer dan 15 lidstaten van het eurogebied zijn. Zo lang er minder dan 22 lidstaten van het eurogebied zijn, zal de roulatie plaatsvinden overeenkomstig de volgende regels:

  • De eerste groep zal bestaan uit de 5 NCB-Presidenten van die lidstaten van het eurogebied die de hoogste posities bezetten in de landenrangorde op basis van de samengestelde indicator. Zij zullen samen 4 stemrechten bezitten.
  • De tweede groep zal bestaan uit alle andere NCB-Presidenten. Zij zullen samen 11 stemrechten bezitten.

Deze toewijzing van stemrechten aan de twee groepen zou aanvankelijk wellicht moeten worden aangepast, afhankelijk van het aantal EU-lidstaten dat lid wordt van het eurogebied, teneinde te waarborgen dat de stemfrequentie van de eerste groep niet lager is dan die van de tweede groep.

Zodra het aantal lidstaten van het eurogebied 21 overschrijdt, zal een roulatiesysteem gebaseerd op drie groepen in werking treden, overeenkomstig de volgende regels:

  • Als tevoren zal de eerste groep bestaan uit de 5 NCB-Presidenten van die lidstaten van het eurogebied die de hoogste posities bezetten in de landenrangorde op basis van de samengestelde indicator. Zij zullen samen 4 stemrechten bezitten.
  • De tweede groep zal bestaan uit de helft van alle NCB-Presidenten (indien nodig naar boven afgerond op het dichtstbijzijnde gehele getal), geselecteerd uit de volgende posities in de landenrangorde. Zij zullen samen 8 stemrechten bezitten.
  • De derde groep zal bestaan uit de resterende NCB-Presidenten. Zij zullen samen 3 stemrechten bezitten.

Voorgesteld wordt het besluit ten aanzien van de initiële aanpassing van de toewijzing van stemrechten in het op twee groepen gebaseerde systeem te doen goedkeuren door de Raad van Bestuur, die daarbij zal besluiten bij tweederde meerderheid van alle leden. Dezelfde procedure dient van toepassing te zijn op de definitie van de precieze implementatiebepalingen ten aanzien van de roulatie van stemrechten binnen elke groep (zoals de tijdspanne tussen de roulatie van stemrechten).

De gegevens voor de berekening van de aandelen in het bbp tegen marktprijzen zal worden verschaft door de Europese Commissie. De regels die door de EU-Raad krachtens Artikel 29.2 van de Statuten zijn vastgesteld voor de berekening van de verdeelsleutel voor de inschrijving op het kapitaal van de ECB, zullen hierbij van toepassing zijn. De gegevens voor de berekening van de aandelen in de TABS- MFI zullen door de ECB worden gedefinieerd op grond van Verordening (EG) Nr. 2533/98 van de Raad van 23 november 1998 met betrekking tot het verzamelen van statistische gegevens door de Europese Centrale Bank. Deze gegevens zullen om de vijf jaar worden geactualiseerd.

Als het Verdrag van Nice eenmaal in werking is getreden, hetgeen het wordt verwacht op 1 februari 2003 te doen, zal de ECB een formele Aanbeveling goedkeuren en voorleggen teneinde juridisch vorm te geven aan de aanpassing van haar stemprocedures. Het zal dan aan de EU-Raad zijn om, in zijn samenstelling van staatshoofden en regeringsleiders, unaniem een besluit te nemen over een aanpassing van de stemprocedures in de Raad van Bestuur, op basis van de Aanbeveling van de ECB en na de mening van de Europese Commissie en het Europees Parlement daarbij in overweging te hebben genomen. De overeengekomen wijziging zal vervolgens worden aanbevolen aan de lidstaten voor ratificatie overeenkomstig hun respectieve constitutionele vereisten.

Contactpersonen voor de media