PERSBERICHT

Halfjaarlijks overzicht betreffende vervalsing van de euro

31 juli 2002

Dit persbericht vormt het eerste van een reeks halfjaarlijkse, door de Europese Centrale Bank gepubliceerde overzichten waarin informatie wordt gegeven over ontwikkelingen ten aanzien van het vervalsen van de euro.

Gedurende de eerste zes maanden van dit jaar (d.w.z. sinds de eurobankbiljetten en euromunten voor het eerst in omloop zijn gebracht) zijn 21.965 valse eurobankbiljetten geregistreerd. Dit is minder dan 7% van het totaal aantal vervalsingen van de vroegere nationale munteenheden dat gedurende de overeenkomstige periode in 2001 is geregistreerd door de nationale centrale banken van het eurogebied. In dit licht gezien is het aantal tot dusver ontdekte vervalsingen van de euro zeer laag te noemen, hoewel de vervalsingsactiviteiten recentelijk enigszins lijken te zijn toegenomen. Een uitsplitsing van de cijfers naar land is achterwege gelaten aangezien thans sprake is van een veel grotere grensoverschrijdende migratie van bankbiljetten (en dus van vervalsingen) dan voorheen.

Zowel de eurobankbiljetten als de euromunten bevatten een reeks beveiligingskenmerken die erop zijn gericht vervalsing te bemoeilijken. Zelfgenoegzaamheid over de huidige situatie betreffende vervalsingen is echter niet op zijn plaats. Het Eurosysteem (d.w.z. de ECB en de 12 nationale centrale banken van het eurogebied) blijft de ontwikkelingen daarom nauwgezet volgen, onder andere door:

  • nauw samen te werken met nationale politiekorpsen, via Europol, teneinde de opsporing van valuta-gerelateerde criminaliteit te ondersteunen, en aan te sporen tot vastberaden vervolging van al degenen die nagemaakt geld produceren, bewust omgaan met nagemaakt geld, of nagemaakt geld gebruiken met de bedoeling bedrog te plegen;
  • het oprichten van een Analysecentrum voor Nagemaakte Bankbiljetten (ANB) bij de ECB, waar de analyse van alle nagemaakte bankbiljetten wordt gecoördineerd. Deze analyse vindt plaats op lidstaat-, of op EU-niveau, afhankelijk van de kwaliteit, het aantal en het verspreidingspatroon. De analyse van nagemaakte munten wordt gecoördineerd door het Europees technisch en wetenschappelijk centrum, dat is opgericht door de EU-lidstaten bij de Franse Munt in Pessac en dat wordt geleid door de Europese Commissie.
  • Bovendien beheert het ANB een gemeenschappelijke databank waar gegevens uit de analyses van zowel nagemaakte bankbiljetten als nagemaakte munten worden ingevoerd. Alle autoriteiten in de EU die betrokken zijn bij het bestrijden van valsemunterij, gebruiken deze databank. Het ANB analyseert en verwerkt tevens het kleine aantal vervalsingen afkomstig van buiten de EU.

De kwaliteit van de nagemaakte eurobankbiljetten was over het algemeen slecht. Op een klein aantal uitzonderingen na (voornamelijk de €50-coupure betreffend), zijn ze van amateuristische makelij. Gegeven hun slechte kwaliteit, alsmede de in dezen hoge mate van oplettendheid onder het publiek, worden vervalsingen zodra ze in omloop zijn gebracht, snel ontdekt. Het aantal van 21.965 nagemaakte bankbiljetten dat in zes maanden tijd is ontdekt, komt overeen met een gemiddelde van 121 nagemaakte biljetten per dag. Uitgaande van de ongeveer 7,2 miljard echte eurobankbiljetten die eind juni in omloop waren, betekent dit dat er slechts één nagemaakt biljet per dag is geregistreerd op elke 59 miljoen echte bankbiljetten.

Hieronder is de uitsplitsing van nagemaakte biljetten naar coupure weergegeven:

€5 €10 €20 €50 €100 €200 €500 Totaal
Aantal 309 1.210 3.323 14.307 2.261 518 37 21.965
Percentage 2 6 15 65 10 2 0 100

Het €50-biljet is de favoriete coupure onder valsemunters, vermoedelijk omdat deze veel wordt gebruikt.

Het vervalsen van munten gebeurt nog zeldener. Tot dusver zijn slechts 68 nagemaakte munten ontdekt, hoewel wordt erkend dat nagemaakte munten doorgaans worden weggegooid in plaats van geregistreerd, vanwege hun lage waarde.

De ECB is het grote publiek zeer erkentelijk voor de wijze waarop op de voorlichtingscampagnes van het Eurosysteem is gereageerd, en voor de acceptatie en de belangstelling die het heeft getoond voor de nieuwe munt. De in het voorlichtingsmateriaal beschreven "kijk – voel – kantel"-methode om de echtheid te controleren, is een effectieve manier gebleken om nagemaakte biljetten te herkennen. Het is in het belang van elke burger om de euro te blijven beschermen tegen valsemunterij door voortdurende waakzaamheid en door niet te vergeten te kijken, te voelen en te kantelen.

Contactpersonen voor de media