PERSBERICHT

MEEST RECENTE GEGEVENS INZAKE DE OVERGANG OP DE CHARTALE EURO

25 januari 2002

Bijna een maand na de invoering van de eurobankbiljetten en euromunten wordt het overgrote deel van de contante transacties in het eurogebied in euro verricht, ondanks het feit dat in de meeste landen van het eurogebied de desbetreffende nationale valuta nog wettig betaalmiddel is. Het doorslaande succes van de overgang op de chartale euro is het gevolg van de grondige voorbereidingen door de betrokken partijen. Bij het uitvoeren van deze immense logistieke operatie moest het Eurosysteem, d.w.z. de Europese Centrale Bank (ECB) en de 12 nationale centrale banken van het eurogebied, rekening houden met de verschillende landspecifieke structuren en scenario's, onder andere vanuit juridisch perspectief, voor de meer dan 300 miljoen burgers in het eurogebied en daarbuiten. Deze bijzondere prestatie zou niet mogelijk zijn geweest zonder de nauwgezette voorbereidingen van de detailhandel, de kredietinstellingen en andere belangrijke sectoren, alsmede de snelle acceptatie door het publiek.

Nog voor "E-day", 1 januari 2002, was al bijna 80% van de eurobankbiljetten die thans in omloop zijn, d.w.z. 6,4 miljard bankbiljetten met een totale waarde van zo'n EUR 133 miljard, onder de relevante instellingen verspreid. Tevens was al meer dan 97% van de nu in omloop zijnde euromunten, d.w.z. 37,5 miljard munten met een totale waarde van rond EUR 12,4 miljard, vroegtijdig verspreid. Deze logistieke voorbereidingen hebben bijgedragen aan de soepele overgang op de chartale euro. De grote vraag naar consumentenpakketten, waarvan er in twee weken 150 miljoen werden verkocht, weerspiegelde de positieve reactie van burgers op hun nieuwe geld. Daarnaast hebben voorlichtingscampagnes, en in het bijzonder de Euro 2002 Informatiecampagne, geholpen burgers vóór de invoeringsdatum vertrouwd te maken met hun nieuwe geld.

De overgang op de chartale euro is sinds 1 januari 2002 voorspoedig en snel verlopen, zonder al te grote problemen. Na slechts een week vond reeds meer dan 50% van de contante transacties plaats in euro, en werd de omschakeling van geldautomaten afgerond.

Zo'n 8,1 miljard eurobankbiljetten zijn thans in omloop, en de totale waarde van de nu in omloop zijnde bankbiljetten (met inbegrip van nationale bankbiljetten) is vergelijkbaar met die in dezelfde periode in 2001. De waarde van de in omloop zijnde eurobankbiljetten bedroeg op 24 januari 2002 EUR 213 miljard. Het inwisselen van de nationale valuta's zet zich voort zoals voorzien. De totale waarde van de in omloop zijnde nationale bankbiljetten daalde van EUR 270 miljard op 1 januari 2002 naar EUR 116 miljard op 24 januari.

De zogeheten "Euro Progress Ratio" (EPR) kwam op 24 januari 2002 uit op 65%, vergeleken met 33% op 1 januari. De EPR vormt hoofdzakelijk een indicatie van het vervangingstempo van nationale bankbiljetten door eurobankbiljetten. Het geeft tevens aan dat hoewel inmiddels bijna alle transacties in euro worden verricht, er nog veel nationale bankbiljetten uit circulatie moeten worden genomen. Dit is een veeleisende opgave voor de banken en de waardevervoerders.

Tot dusverre is slechts een beperkt aantal onprofessionele reproducties van eurobankbiljetten in omloop gebracht, en deze zijn snel als zodanig herkend.

De overgang op de chartale euro verloopt eveneens spoedig in landen buiten het eurogebied, met name in de toetredingslanden, maar is nog niet voltooid.

Verdere informatie omtrent de overgang op de chartale euro kunt u vinden op de website van de ECB http://www.ecb.europa.eu en de website van de Euro 2002 Informatiecampagne http://www.euro.ecb.int.

Contactpersonen voor de media