Banking Supervision
Nederlands
Other languages4 +
Menu

Openingstoespraak

Toespraak gehouden door Mario Draghi, President van de ECB,
tijdens het Europees Bankcongres “De toekomst van Europa”,
Frankfurt, 22 november 2013

Dames en heren,

Ik dank u voor de uitnodiging om vandaag het woord tot u te richten.

Hoewel de situatie in het eurogebied over het afgelopen jaar aanzienlijk is verbeterd, zien wij ons nog steeds voor grote uitdagingen gesteld.

Wij dienen het economisch herstel zeker te stellen, de fragmentatie in het eurogebied terug te dringen en het proces van institutionele en structurele hervorming voort te zetten.

Om dit alles te verwezenlijken, is het van essentieel belang dat wij ons niet terugtrekken op een puur nationaal perspectief, met een beperkte invulling van ons belang. Wij moeten ons Europees perspectief behouden – en opkomen voor onze gemeenschappelijke belangen.

Ik zou mijn opmerkingen hier vandaag willen gebruiken om de aandacht te vestigen op twee terreinen waar dit Europese perspectief van essentieel belang is.

Het eerste terrein is het monetair beleid. Monetair beleid met een gemeenschappelijke munteenheid zal altijd op verschillende plaatsen verschillende gevolgen hebben. Maar het is van essentieel belang te begrijpen dat de ECB, op grond van haar mandaat, moet handelen voor het eurogebied als geheel. En door dat te doen, levert de ECB de beste bijdrage aan welvaart voor de Europese gemeenschap als geheel.

Het tweede terrein is de creatie van een bankenunie, met name het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme (GTM). Dankzij het GTM wordt voor het eerst écht Europees toezicht gecreëerd, en we moeten ons voordeel doen met de mogelijkheden die hierdoor geboden worden.

Voor banken biedt het GTM een unieke mogelijkheid het vertrouwen te herstellen en particuliere beleggers aan te trekken, ook door middel van de uitgebreide beoordeling door de ECB. Voor het eurogebied in ruimere zin biedt het GTM een mogelijkheid de financiële integratie te verdiepen en de fragmentatie te verminderen. Wil dit proces effectief zijn, dan is echter een sterk Gemeenschappelijk Afwikkelingsmechanisme van essentieel belang.

Het monetair beleid van de ECB

Om te beginnen met het monetair beleid van de ECB: ons mandaat is inherent Europees – het handhaven van de prijsstabiliteit voor het eurogebied als geheel. En dit mandaat is symmetrisch: vergeet niet dat prijsstabiliteit in twee richtingen werkt. Wij dienen evenveel actie te ondernemen als het risico bestaat dat de inflatie op de middellange termijn te laag of te hoog zou kunnen worden.

Zoals ik ook al gisteren heb kunnen toelichten: toen wij recentelijk ons besluit namen de rentetarieven te verlagen, zagen we een situatie waarin de inflatievooruitzichten te sterk neerwaarts van ons prijsstabiliteitsmandaat afweken. Ons besluit was noodzakelijk om aan ons mandaat te voldoen.

Ik had gisteren eveneens de gelegenheid in te gaan op enige bedenkingen waartoe ons besluit aanleiding had gegeven. Ik wil hier graag in het kort op terugkomen.

Eén bedenking is dat een lage rente de besparingen van mensen uitholt. Een andere bedenking is dat een lage rente risico’s oplevert voor de financiële stabiliteit, en een derde bedenking is dat een lage rente de prikkels voor overheden om te hervormen vermindert.

Ik zal hier ingaan op elk van deze bedenkingen.

Ten eerste, ik kan mij de bezorgdheid omtrent een lange periode van laag rendement op besparingen voorstellen. Maar het is van belang te begrijpen dat de rentetarieven laag zijn omdat de economie zwak is. Als we de rentetarieven zouden verhogen, zouden we verdere neerwaartse druk op de economie uitoefenen, zouden mensen hun baan verliezen, en hun besparingen zouden dan voor langere tijd lager zijn.

Door de rentetarieven te handhaven op een peil dat het herstel ondersteunt, zouden de rentetarieven voor spaarders op termijn moeten stijgen.

Bovendien is het rentetarief dat voor de meeste langetermijnspaarders het belangrijkst is niet de basisrente van de ECB, maar het rentetarief op veilige langetermijnbeleggingen – in Duitsland, de langlopende Bunds.

Het zou verkeerd zijn te denken dat deze rentetarieven uitsluitend door de ECB worden bepaald. Sinds de crisis hebben sterker factoren een rol gespeeld. In het bijzonder kan het lage rendement op de langlopende Bunds met name worden verklaard uit het feit dat beleggers veiligheid zochten omdat andere delen van het eurogebied problemen hadden.

Ten tweede, lage rentetarieven kunnen in de loop der tijd een bedreiging vormen voor de financiële stabiliteit, maar daarvan zien wij momenteel geen enkel bewijs.

Mochten de lage rentetarieven plaatselijk risico’s gaan creëren, dan zouden plaatselijke instrumenten moeten worden gebruikt om deze het hoofd te bieden. Met name dienen nationale autoriteiten de macroprudentiële instrumenten waarover zij beschikken ten volle te gebruiken.

De derde bedenking is dat lage rentetarieven de prikkels voor hervormingen in het eurogebied verminderen. Zeker, monetair beleid heeft altijd bijeffecten: dit is daaraan inherent en is onvermijdelijk. Maar men dient nooit te vergeten dat de ECB optreedt voor het eurogebied als geheel, overeenkomstig ons mandaat.

Ik ben eerder reeds ingegaan op de nationalistische toon die deze bedenking in enkele recente commentaren heeft opgeroepen. Bij hun besprekingen en besluiten zijn de leden van de Raad van Bestuur niet Duits, niet Frans, niet Spaans, niet Italiaans, maar handelen zij als Europeanen ter vervulling van een Europees mandaat.

Teneinde voor het economisch beleid te juiste prikkels te behouden, dienen landen hun kaders voor economisch bestuur te versterken. Belangrijke stappen ter verbetering van de begrotingsdiscipline zijn reeds genomen. Maar diverse landen liggen verder achterop met de tenuitvoerlegging van structurele hervormingen. Het is daarom de hoogste tijd dat dit terrein onder strikter Europees bestuur wordt gebracht.

Het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme

Dan kom ik toe nu aan het tweede deel van mijn opmerkingen hier vandaag – de creatie van het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme.

Het Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme biedt een fantastische mogelijkheid om van verschillende nationale benaderingen van hoe met banken om te gaan te komen tot een werkelijk Europees perspectief. Dat wil zeggen, collectieve verantwoordelijkheid te nemen voor onze banken, in overeenstemming met de gemeenschappelijke financiële markt waarop zij actief zijn.

De uitgebreide beoordeling door de ECB

Het is duidelijk dat er veel meer vertrouwen dient te zijn in de banken in de landen die deelnemen aan het GTM.

Dit is het doel van de uitgebreide beoordeling door de ECB. Hoe zal de beoordeling het vertrouwen bevorderen?

Hoofdzakelijk door alle partijen meer transparantie te bieden. Beleggers dienen te beschikken over de feiten die zij nodig hebben om activa goed te kunnen prijzen en om er zeker van te kunnen zijn dat banken beschikken over voldoende kapitaal.

De hele exercitie is erop gericht dit te verwezenlijken door een toezichtsrisicobeoordeling, een activakwaliteitsbeoordeling en een stresstest. Ik zal hier niet ingaan op de details, aangezien deze afzonderlijk zullen gecommuniceerd, maar het belangrijkste punt is dat de beoordeling uitgebreid zal zijn en consistent.

Uitgebreid omdat zij betrekking heeft op 128 banken en op ongeveer 85% van de activa van de landen die aan het GTM deelnemen.

Consistent omdat zij centraal zal worden aangestuurd met behulp van een rigoureuze gemeenschappelijke methodologie – er zal geen ruimte voor nationale voorkeuren.

Er dient geen twijfel te bestaan over de geloofwaardigheid en rigoureusheid van de beoordeling, noch over de vergelijkbaarheid van de uitkomsten.

Laat ik daaraan toevoegen dat wij ervan uitgaan dat wij, samen met de Europese Bankautoriteit, eind januari 2014 de belangrijkste parameters van de stresstest zullen bekendmaken.

Wij hebben recentelijk ontmoetingen gehad met de hoogste bestuurders van banken, samen met hun nationale toezichthouders. We hebben daarbij benadrukt dat wij, om deze exercitie tot een succes te maken, informatie van hoge kwaliteit nodig hebben. Ons eerste verzoek om gegevens, de zogenoemde “portefeuilleselectie”, is overigens zeer kort geleden uitgegaan.

Wij zijn ons ervan bewust dat het vergaren van deze informatie een buitengewone inspanning vergt van de zijde van de nationale toezichthouders en in het bijzonder van de banken. Maar het is belangrijk hier op te merken dat dit niet een permanent of steeds terugkerend kenmerk is van het GTM.

Sinds afgelopen jaar zijn de banken bezig geweest de robuustheid van hun balans te verbeteren door hun kapitaal en voorzieningen te vergroten. In dit opzicht produceert de exercitie nu reeds resultaat, en ik roep de banken op hiermee door te gaan. Gezien de verbeterde marktomstandigheden, zouden op de markt gebaseerde oplossingen beter haalbaar moeten zijn dan in het recente verleden.

Als niet op tijdige en realistische wijze particuliere-sectoroplossingen kunnen worden gevonden, draagt ook de publieke sector een verantwoordelijkheid. Om de geloofwaardigheid van de gehele exercitie te waarborgen, hebben we duidelijke publieke achtervangregelingen op zowel nationaal als Europees niveau nodig. Als daarvan gebruik gemaakt wordt zullen, zo heeft de Europese Commissie verduidelijkt, de regels voor staatssteun zorgen voor een “gelijk speelveld” wat betreft lastenverdeling, terwijl de financiële stabiliteit volledig zal worden gewaarborgd.

De uitgebreide beoordeling door de ECB vormt derhalve de eerste stap in de richting van het versterken van het vertrouwen in de banken van het eurogebied, en tussen de landen van het eurogebied en hun bevoegde autoriteiten.

Ik roep alle banken die onder het GTM vallen op om in de komende maanden met ons samen te werken door de ECB en de nationale autoriteiten van de noodzakelijke informatie te voorzien, door waar nodig nu reeds actie te ondernemen, en door proactief te reageren op de conclusies van de exercitie.

Bevordering van financiële integratie

Wanneer het GTM eenmaal is ingevoerd, zal het een reële mogelijkheid bieden om een nieuwe, Europese aanpak te volgen ten aanzien van het bestuur van de financiële sector – en aldus om de schadelijke financiële fragmentatie die wij tijdens de crisis hebben kunnen waarnemen, terug te draaien.

Er zijn, naar mijn mening, drie manieren waarop het GTM kan helpen.

Ten eerste kan het GTM toezicht uitoefenen in het Europees belang. Als Europees toezichthouder heeft het geen belangen die verband houden met nationale kampioenen en het mandaat van het GTM is volledig in overeenstemming met zijn doelstelling van Europese financiële stabiliteit.

Het feit dat de nieuwe Europese toezichthouder niet alleen juridisch onafhankelijk is maar ook onafhankelijk van enige overheid of nationaal financieel stelsel, vergemakkelijkt het nastreven van zijn doelstelling.

Ten tweede kan het GTM het vertrouwen onder toezichthouders vergroten. Tijdens de crisis vielen een aantal toezichthouders uit onzekerheid terug op defensieve actie, zoals nationale bescherming van liquiditeiten en nationaal “matchen” van activa en passiva. Dit zou, gezien hun mandaat, een rationeel besluit kunnen zijn geweest, maar het versterkte de fragmentatie.

In het kader van het GTM zullen alle toezichthouders dezelfde regels, normen en besluitvormingsprocedures hanteren. Als zodanig, zal een door het GTM gemaakte toezichtsbeoordeling dat een bank gezond is een “kwaliteitsstempel” vormen dat in alle landen geldig zal zijn.

Ten derde kan het GTM het vertrouwen tussen de banken onderling bevorderen.

Europees toezicht zou de banken meer vertrouwen moeten geven om grensoverschrijdend aan elkaar te lenen, met name op de interbancaire markt. En het zou ook banken meer bereidwillig kunnen maken grensoverschrijdende fusies aan te gaan en aankopen te verrichten. Dit zou de financiële integratie verdiepen en het eurogebied beter bestand maken tegen fragmentatie.

Onze langetermijnvisie voor het GTM behelst een klimaat waarin een kredietwaardig bedrijf of huishouden van welke bank dan ook in Europa een lening kan verkrijgen tegen vergelijkbare voorwaarden – en waar overwegingen van locatie niet de overheersende zouden zijn.

Echter, op andere terreinen zullen verdere verbeteringen nodig zijn. Het is niet uitsluitend verschillend toezicht dat grensoverschrijdende bankenintegratie en de bancaire bedrijvigheid belemmert. Ook verschillende nationale juridische kaders, verschillende belastingstelsels en verschillende regels ten aanzien van corporate governance dragen bij aan de fragmentatie. Deze kwesties dienen te worden aangepakt om financiële re-integratie de vergemakkelijken.

Het Gemeenschappelijke Afwikkelingsmechanisme (GAM) als essentiële aanvulling

Een ander essentieel element in het creëren van een geïntegreerder Europese bancaire markt is grotere harmonisatie van hoe niet-levensvatbare banken worden afgewikkeld.

Dit vereist een consistent juridisch kader onder landen en een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme om dat kader ten uitvoer te leggen. Het eerste deel is reeds door de overheden overeengekomen; het tweede deel, het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme, dient met de grootst mogelijke urgentie te worden verwezenlijkt.

Een degelijk GAM zou betrekking hebben op alle banken die zijn gevestigd in de lidstaten die deelnemen aan het GTM. Een centrale positie erin zou moeten worden ingenomen door één enkele sterke en onafhankelijke afwikkelingsautoriteit die in alle landen op gelijke wijze kan optreden en in Europees belang besluiten kan nemen. En het zou toereikende bevoegdheden, instrumenten en financiële middelen moeten hebben om instellingen snel en effectief af te wikkelen.

De sleutel tot een effectief afwikkelingsregime is dat het rechtszekerheid, consistentie en voorspelbaarheid biedt, en aldus helpt ad-hocoplossingen te voorkomen. Om dit te bereiken zijn er twee punten waarop naar mijn mening meer zekerheid nodig is.

Ten eerste zou het, aangezien het nieuwe afwikkelingskader van de EU een geschikte “gereedschapskist” biedt, beter zijn om deze vanaf het begin van het GAM beschikbaar te hebben. Ik ben er dan ook voor om het “bail-in”-instrument veel eerder dan in 2018 in te voeren.

Ten tweede, om risico’s goed te kunnen prijzen, moeten beleggers een duidelijke rangorde kunnen zien in de financiering van afwikkelingen – van kapitaalafwaarderingen en “bail-ins” tot het gebruik van een door banken gefinancierd gemeenschappelijk afwikkelingsfonds.

Het zou echter moeilijk zijn een dergelijke rangorde geloofwaardig te doen zijn zonder publieke achtervangregeling voor het gemeenschappelijke afwikkelingsfonds voor de uitzonderlijke gevallen waarin zijn middelen zijn uitgeput – anders zouden beleggers kunnen vermoeden dat overheden eniger moment zouden worden gedwongen om opnieuw in te springen.

Een dergelijke achtervangregeling zou er nog steeds toe leiden dat de particuliere sector zou betalen, omdat alle leningen aangegaan door het fonds zouden moeten worden terugbetaald, waar nodig door middel van naheffingen binnen de bankensector. Met andere woorden, het toekomstige systeem zou niet gericht zijn op financiële reddingsacties of collectivisering van schulden, maar het zou begrotingsneutraal zijn, de belastingbetaler zou niet betalen.

Conclusies

Laat ik afronden.

Ik heb vandaag hier een indruk gegeven van de voordelen van een Europees perspectief ten aanzien van onze huidige uitdagingen. Dit is niet het perspectief van idealisten. Integendeel, het is, in een nauw geïntegreerde monetaire unie, het perspectief van realisten.

Een Europees perspectief is stevig verankerd in het monetair beleid. En het is in gelijke mate verankerd in onze aanpak bij het opzetten van het GTM. Wij zullen de fragmentatie overwinnen om een werkelijk geïntegreerde financiële markt te creëren. Er is nog steeds veel meer werk te verrichten om de uitdagingen waarvoor we staan te overwinnen, maar we hebben de juiste oriëntatie.

Ik dank u voor uw aandacht.

Speaking engagements

Contactpersonen voor de media