Interview Peter Praet met de Telegraaf

Interview met Peter Praet, Lid van de Directie van de ECB,
door Martin Visser en Dorinde Meuzelaar op 12 december 2016, gepubliceerd op 20 december 2016.

Hoe optimistisch of pessimistisch bent u over de Europese economie?

We zien matige maar aansterkende groei. Dat is beter dan een tijdje geleden. De grote positieve verrassing is de toename van werkgelegenheid. Dat zorgt ervoor dat het beschikbaar inkomen van mensen stijgt.

Hoe kunt u dit een verrassing noemen? We hebben zoveel jaren moeten wachten op meer banen.

Natuurlijk, dat is een terecht punt. Maar dat komt door de veel te hoge groeiverwachtingen voor de crisis. In Europa was er een grote kloof tussen de te optimistische verwachtingen en de realiteit. Dat leidde tot bestedingen op krediet. Overheden maakten zich niet zo druk over de houdbaarheid van hun schulden. De oorzaak van deze verwachtingskloof was een afname van de productiviteit. Sectoren die hadden geleend op basis van te hoge groeiverwachtingen raakten in de problemen.

En dan duurt het lang om van de crisis te herstellen?

Inderdaad. Iedereen heeft tijd nodig om zijn balans weer op orde te brengen.

Jaar na jaar raamden ECB en Europese Commissie veel te optimistisch. Steeds dacht u dat het vólgend jaar wel beter zou gaan. Droeg dat niet bij aan de scepsis onder de bevolking?

Dat zou kunnen. In 2011 kwam de Europese economie in een tweede recessie terecht. Dat hadden we niet voorzien en de meeste analisten ook niet. Italië heeft zelfs drie recessies meegemaakt. Dat verklaart waarom burgers acht jaar na het begin van de crisis ongeduldig worden. Maar er is nu een gevaar dat ze zich laten verleiden door simplistische oplossingen.

Hoe ver zijn overheden gevorderd met het op orde brengen van hun economieën?

Niet ver genoeg. Sommige landen hebben een aantal hervormingen doorgevoerd, zoals Griekenland. Maar de achterstand was daar zo groot dat ze nog lang niet klaar zijn. Er zijn ook landen waar hervormingsmoeheid optreedt.

Welke landen zijn dat?

Dat zie je overal wel. We moeten maar zien wat er in 2017 gebeurt, maar 2016 was geen goed jaar wat betreft hervormingen van de economie.

U doelt op Italië en Frankrijk?

Ja, maar niet alleen. Daar is wel wat hervormd qua pensioenen en op de arbeidsmarkt, maar er is nog steeds grote achterstand. Onder de burgers is er nu boosheid en verzet. Zij zijn teleurgesteld in hun verwachtingen. Ook zie je dat de inkomensverdeling verslechtert. Voor veel mensen is de inkomensstijging lager dan de groei van de economie.

Begrijpt u de boosheid van kiezers?

Ja, natuurlijk begrijp ik dat. En de verleiding is heel groot om te kiezen voor simplistische en nationale oplossingen, die volgens mij rampzalig kunnen zijn. Protectionisme leidt tot kettingreacties. Dat spel leidt al snel tot krimpende welvaart.

Al die kiezers maakten bezuinigingen mee, hun belastingen werden verhoogd, ze zagen Europese politici maar doormodderen tijdens de crisis. En als beloning voor al deze misère moeten ze óók nog pijnlijke hervormingen van pensioen en arbeidsmarkt doormaken. Vindt u het gek dat kiezers ‘nee’ zeggen?

Natuurlijk zouden snelle oplossingen om de werkelijkheid weer in lijn te brengen met verwachtingen het mooiste zijn. Maar helaas kan dat niet. Gemakkelijke antwoorden zijn een illusie omdat de kloof tussen groeiverwachtingen en -uitkomsten reëel is. Die bezuinigingen zijn antwoorden op dit probleem. Als je je sociale zekerheid, je overheidsuitgaven bouwt op basis van een economische groei van 4% en je krijgt jarenlang slechts 1% of minder, dan kom je in een vicieuze cirkel. Daarom hebben we een brede aanpak nodig.

Ook al behalen anti-euro partijen geen meerderheden, er zal veel steun voor zijn.

Het vertrouwen in de euro is hoog gebleven, ook in Nederland, zoals de Eurobarometer laat zien. Wel is het vertrouwen in de ECB hard gedaald, vooral tijdens de crisisjaren. Toen de ECB de enige speler was die nog problemen oploste, was dat een vloek omdat mensen te veel verwachtten van ons.

Is de monetaire unie niet een deel van het probleem?

Het was niet alleen de monetaire unie die leidde tot een afname van risicopremies en rentes, het was een globale ontwikkeling die ver voor de euro startte. Landen die in de euro kwamen, zagen hun rentes heel hard dalen. Dat droeg bij aan een vastgoedbubbel in sommige landen. In andere landen gaf dat een te rooskleurig beeld van de overheidsfinanciën. Bij die lage rentes leek de staatsschuld ineens houdbaar. De euro is in die periode geboren maar het is moeilijk te bepalen wat er in twintig jaar zou zijn gebeurd zonder de euro.

Heeft de euro bijgedragen aan het uit elkaar groeien van de economieën?

Nee, maar ik denk dat er een illusie van convergentie was. De echte convergentie van economieën die men verwachtte kwam er niet.

Misschien zelfs het tegenovergestelde.

Nee. Toen de crisis kwam, maakte het die divergentie zichtbaar, maar daarmee is het nog niet de enige oorzaak.

Wat heeft de muntunie nog nodig?

Ik ben nog niet tevreden over de bankenunie. We zitten nog in een transitie: het toezicht is Europees, maar de consequenties van bankfalen worden nog steeds grotendeels op nationaal niveau gedragen. Maar voordat je dat op Europees niveau kunt oplossen, moet je eerst de oude problemen in de bankensector aanpakken. Die bankenunie moet echt in vijf jaar afgemaakt zijn, veel sneller dan politici denken.

Beperken de grootste problemen zich tot Italiaanse en Duitse banken, of is het breder?

Het is gelukkig beperkt tot enkele banken in enkele landen. Maar er speelt nog een probleem en dat is het kostenniveau van banken. Dat is in veel landen nog steeds te hoog. Daardoor blijft de winstgevendheid van banken zwak. Je hebt winstgevende banken nodig om een sterke bankensector te hebben die de reële economie helpt. Er is dus grote behoefte aan consolidatie in de bankensector.

U wilt grotere banken?

We moeten diversiteit hebben. Grote en kleine banken. Maar ik denk zeker dat we pan-Europese banken moeten hebben. Dat betekent dat banken bij een nationale economische schok niet te veel blootgesteld zijn aan één land.

Bent u niet bang dat er dan banken ontstaan die te groot zijn om te redden?

Nee, want op de schaal van de eurozone zullen ze niet te groot zijn. De basis is een Europese achtervang.

Maar als je twee of drie Deutsche Banken zou hebben, dan is dat toch veel te groot voor de eurozone?

Je kunt grote banken hebben in kleine landen als het toezicht en de afwikkeling helemaal Europees zijn. Daar zijn we nog niet. We moeten de bankenunie nog volledig afmaken.

De hele eurozone is een fragiel evenwicht.

Het is een evenwicht dat we geleidelijk stabieler maken door de juiste instituties op te richten. Daarin zitten we op de goede weg. Maar er moet wel een deadline op het afmaken van de bankenunie zijn die niet te ver in de toekomst ligt.

Hebben andere crisismaatregelen, zoals het opkopen van honderden miljarden aan staatsobligaties, gebracht waar u op hoopte?

Ja. Het heeft de eurozone gestabiliseerd en geleid tot betere financieringscondities. Ik denk dat er een aantal episodes is geweest met heel grote risico’s, ook voor sterke landen als Duitsland. Risico’s die we hebben weten af te wenden.

Maar banken, pensioenfondsen en spaarders zuchten nu onder de lage rente.

We houden scherp in de gaten of rentes niet zo laag zitten dat ze de transmissie in de weg zitten, dus of banken de lage rente nog wel doorgeven aan de reële economie. Wat betreft pensioenfondsen moet men erkennen dat de prestaties van pensioenfondsen en hun investeringen door vele andere factoren wordt bepaald en niet alleen door rentes.

Veel spaarders voelen zich alsof zij nu de prijs van de crisis betalen.

Ik begrijp dat dat voor spaarders zo kan voelen. Mensen die lenen profiteren van gunstige rentes. Maar de kosten voor spaarders hadden nog veel hoger kunnen zijn. Niets doen zou tot een ernstige financiële en economische crisis hebben geleid. Spaarders zouden waarschijnlijk een groot deel van hun vermogen zijn kwijtgeraakt tijdens de crisis.

Contactpersonen voor de media