Gebruik van de euro

De euro is op 1 januari 1999 ingevoerd, toen hij de valuta van ruim 300 miljoen Europeanen werd. De eerste drie jaar was de euro een onzichtbare valuta, die enkel werd gebruikt voor boekhoudkundige doeleinden, bijvoorbeeld bij elektronische betalingen. Pas op 1 januari 2002 werden eurobankbiljetten en euromunten in omloop gebracht. Die vervingen tegen vaste omrekeningskoersen de bankbiljetten en munten van de nationale valuta, zoals de Belgische frank en de Duitse mark.

Op dit moment zijn de eurobankbiljetten en euromunten wettig betaalmiddel in 19 van de 28 lidstaten van de Europese Unie, met inbegrip van de overzeese departementen, gebieden en eilanden die hetzij deel uitmaken van, hetzij geassocieerd zijn met de landen van het eurogebied. Deze landen vormen het eurogebied. De ministaten Andorra, Monaco, San Marino en Vaticaanstad gebruiken ook de euro, op basis van een formele overeenkomst met de Europese Gemeenschap. Montenegro en Kosovo gebruiken eveneens de euro, maar zonder formele overeenkomst.

Interactieve kaart van het eurogebied

Vaste omrekeningskoersen ten opzichte van de euro

Valuta
1 BEF 40,3399 (Belgische frank)
1 DEM 1,95583 (Duitse Mark)
1 EEK 15,6466 (Estlandse kroon)
1 IEP 0,787564 (Ierse pond)
1 GRD 340,750 (Griekse drachme)
1 ESP 166,386 (Spaanse peseta)
1 FRF 6,55957 (Franse frank)
1 ITL 1936,27 (Italiaanse lire)
1 CYP 0,585274 (Cypriotisch pond)
1 LVL 0,702804 (Letse lats)
1 LTL 3,45280 (Litouwse litas)
1 LUF 40,3399 (Luxemburgse frank)
1 MTL 0,429300 (Maltese lira)
1 NLG 2,20371 (Nederlandse gulden)
1 ATS 13,7603 (Oostenrijkse schilling)
1 PTE 200,482 (Portuguese escudo)
1 SIT 239,640 (Sloveense tolar)
1 SKK 30,1260 (Slowaakse koruna)
1 FIM 5,94573 (Finse markka)

Geldstromen in het eurogebied

Eurobankbiljetten (en euromunten) circuleren in het hele eurogebied, hoofdzakelijk als gevolg van toerisme, zakenreizen en grensoverschrijdende inkopen. Voor de invoering van de euro gingen nationale bankbiljetten ook wel de grens over, maar op veel beperktere schaal. Ze moesten dan worden 'gerepatrieerd' en teruggegeven aan de uitgevende centrale bank, meestal via de commerciële banken. Sinds de invoering van de euro is dat niet meer nodig. Omdat grote hoeveelheden bankbiljetten niet in het land blijven waar ze zijn uitgegeven, maar in andere eurolanden worden gebruikt, moeten de centrale banken ze opnieuw distribueren om te zorgen dat er geen tekorten ontstaan in het ene land en overschotten in het andere land. Het vervoer van deze grote hoeveelheden bankbiljetten wordt door de ECB gecoördineerd en gefinancierd.

De unieke kenmerken en het belang van contant geld

Sinds de invoering van de euro in 2002, is het aantal en de waarde van eurobankbiljetten in omloop geleidelijk gestegen. Contant geld is verreweg het meest gebruikte betaalmiddel bij kleine transacties in het eurogebied als er gekeken wordt naar het aantal transacties, hoewel het in termen van waarde een aanzienlijk minder groot aandeel heeft. Het belang van contant geld is de afgelopen decennia geleidelijk afgenomen, terwijl het gebruik van pinpassen en creditcards is toegenomen, een trend die naar verwachting zal doorzetten.

Als betaalmiddel heeft contant geld enkele unieke kenmerken:

  • Het is het meest gebruikte en snelste betaalmiddel bij kleine transacties en het belangrijkste bij onvoorziene uitgaves.
  • Het wordt gezien als het voordeligste betaalmiddel voor kleine retailbetalingen – de gemiddelde totale kosten per transactie zijn bij contant geld lager dan bij vergelijkbare elektronische betaalmiddelen.
  • Het is er voor iedereen: het zorgt ervoor dat ook mensen die geen of slechts beperkte toegang tot een bankrekening hebben, of mensen die geen gebruik kunnen maken van elektronische betalingsvormen, toch betalingen kunnen verrichten.
  • Het stelt de consument in staat zijn bestedingen beter in de gaten te houden.
  • Het is zowel een betaalmiddel als een manier van waardeopslag.
  • Het heeft, wat betreft bescherming tegen fraude of vervalsing, bewezen veilig te zijn.

Gezien deze kenmerken kan de maatschappij nog niet zonder contant geld. Contant geld zal nog vele jaren een onvervangbaar betaalmiddel vormen.

De houding van het Eurosysteem tegenover contant geld als betaalmiddel

Een van de voornaamste taken van het Eurosysteem volgens het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is om de vlotte werking van het betalingsverkeer te bevorderen. Het Eurosysteem staat neutraal tegenover de verschillende betaalmiddelen. Het heeft geen voorkeur voor een bepaald betaalmiddel. De centrale banken van het Eurosysteem hebben echter een speciale verantwoordelijkheid voor contant geld, aangezien ze de officiële uitgevende instellingen van eurobankbiljetten zijn. Daarnaast brengen de meeste centrale banken de euromunten in omloop, die door de lidstaten worden uitgegeven. Daarom hecht het Eurosysteem grote waarde aan het steunen van contant geld als algemeen verkrijgbaar, gebruiksvriendelijk, betrouwbaar en efficiënt betaalmiddel voor kleine transacties. Binnen de grenzen van haar bevoegdheid controleert en streeft het Eurosysteem voortdurend naar bevordering van de veiligheid, veerkrachtigheid en efficiëntie van de chartale keten binnen het eurogebied.